kies regio:

Doe maar de goedkoopste

Italiaanse wagens, Franse fietsen, Britse brommers. Bestonden echt. Bij Franse fietsen zat de trapas aan beide zijden vast in een rechtse schroefdraad. Elders stak de trapas aan de rechterkant in een linkse schroefdraad om te vermijden dat die bij het fietsen zou loskomen.

Une connerie volgens de Fransen. Bref, een fietsenmaker moest weten waar een te repareren fiets vandaan kwam. Avonturiers op Britse brommers moesten sleutels in inch (“imperial”) maten meezeulen of onderweg bij een Massey Ferguson garage stoppen om losgekomen onderdelen terug vast te zetten. (in Britse fabrieken werden dezelfde moeren op tractors als op moto’s gedraaid: een zekere logica zat er wel in.) De oorsprong was af te lezen van het merk: Triumphs, BSA’s en Nortons werden net als Massey Fergusons geheel en al in Groot-Britannië gemaakt. Franse fietsen werden, trapas incluis, in Frankrijk gemaakt.

Deplorabele arbeidsomstandigheden

Tenzij je fietsenmaker een bijklussende aardrijkskundeleraar is, heeft die nu geen benul meer van waar de onderdelen van je fiets vandaan komen. Fransen draaien intussen Japanse of Canadese trapassen in hun fietsen. Die draaien ze aan de rechterkant, net zoals elders, in tegenwijzerzin vast.

Wereldwijde toeleveranciers en onderaannemers maken dat je een trapas kan losdraaien zonder dat je nog hoeft te weten waar je fiets vandaan komt. Er zijn ook minder prettige kanten aan die mondialisering: kinderarbeid, slavernij, geen bescherming tegen arbeidsongevallen en andere vormen van uitbuiting die het productieproces goedkoper maken, zijn schering en inslag. Vele als Japans gelabelde trapassen worden in deplorabele arbeidsomstandigheden in China gemaakt.

Schone Kleren Brussel Cambodja actie cMichael De Lausnay 7607 1 copy copy copyActie van de Schone Kleren campagne voor een beter loon voor confectie-arbeiders. Zonder ketentransparantie weten we nooit of aannemers en onderaannemers van kledingmerken wel menswaardige lonen betalen.

Dat leidt gelukkig nog wel eens tot controverse. Voor wie niet geabonneerd is op de persberichten van Siegfried Bracke: als Gentenaars moe(s)ten we eigenlijk beschaamd zijn. Een tijd geleden vernamen we dat de stadshal bekleed is met een bedreigde houtsoort. Nu blijkt dat ook de kasseien van het Gents historisch centrum in onmenselijke omstandigheden zijn vervaardigd. Duurzaam beleid is helaas in Gent een zaak van woorden en kennelijk niet van daden.

In haar beleidsnota “Internationale solidariteit” kondigt schepen Heyse aan dat ze een universele clausule wil ontwikkelen voor alle bestekken van de stad Gent, gericht op het monitoren van de productieketen en de productieomstandigheden. Ook Grete Remen van de N-VA bediende zich van dezelfde retoriek, zie http://www.greteremen.be/nieuwskasseienincident-bewijst-nogmaals-dat-ketentransparantie-noodzakelijk-is . Het bericht eindigt met: “Daarom is er dringend nood aan transparantie in de hele productieketen, zodat zowel de consument als het aankoopbedrijf weet in welke omstandigheden de producten gemaakt zijn.

Graag transparantie 

De stelling van beide N-VA’ers werd volmondig onderschreven op de ACV-studiedienst: in een geglobaliseerde economie is ketentransparentie is noodzakelijk (zie ook het artikel van Ben Vanpeperstraete in De gids van maart). Zoniet weten noch particuliere consumenten, noch aanbestedende overheden waar materialen en onderdelen van aangekochte goederen vandaan komen. Laat staan dat we weten in welke miserabele arbeidsomstandigheden ze vervaardigd werden.

Vreemd dat het door de regering voorbereide wetsontwerp op overheidsopdrachten dat zonet voorlag in het federale parlement, geen mogelijkheid voorzag voor een aanbestedende overheid om ketentransparantie op te leggen aan bedrijven die intekenen op een overheidsopdracht. Voor de slechte verstaander: beeld je de stad Gent in die een aannemer zoekt om kasseien te leggen in de binnenstad, en graag van deze aannemer wil weten waar de kasseien vandaan komen. Het wetsontwerp voorzag deze mogelijkheid niet.

Andere geledingen binnen ACV leggen in zulke omstandigheden een afspraak vast met N-VA parlementsleden en brengen niet louter uit educatieve overwegingen een kruiwagen kasseien mee. Op de studiedienst kozen we voor de voorzichtige aanpak: we stelden een amendement voor op artikel 70 van het wetsontwerp, dat een CD&V parlementslid vervolgens oppikte voor het meerderheidsoverleg.

Dit amendement luidde:

artikel 70. Het selectiecriterium of de selectiecriteria (van de aanbesteding) kunnen betrekking hebben op:

1. geschiktheid (....) ; en/of
4. de gedetailleerde beschrijving van de toeleveringsketen of van het productieproces.

Naast CD&V en N-VA maken ook de liberale partijen deel uit van de meerderheid, die al helemaal geen bezwaar konden hebben tegen het amendement. Elke economieles begint met transparantie als voorwaarde voor een goede marktwerking, om nog maar te zwijgen van de externe kosten die bij gebrek aan transparantie afgewenteld worden op de maatschappij.

Remen ketentransparentie copyScreenshot van de website van Vlaams parlementslid Grete Remen die duidelijk vóór ketentransparentie was. Toch bleek haar partij tegen.


Maar ons voorstel van amendement op artikel 70 werd niet aanvaard: N-VA schoot het af. Elke bijkomende last die de al zo vervelende overheid aan een privé bedrijf zou kunnen opleggen, bleek een brug te ver. Uitleggen waar iets vandaan komt, wie gaat dat betalen? Neoliberalisme haalde het opnieuw van ethische principes. Geen transparantie, doe ook bij overheidsopdrachten maar de goedkoopste.

Grete Remen leidde het al aangehaalde bericht in met: “Ofwel blijven we onze verontwaardiging uiten over de schandaalberichten die in de media aan het licht komen, en doen we verder niets. Ofwel denken we na over concrete maatregelen die we kunnen nemen.” Het eerste heet steekvlampolitiek, het tweede is de kracht van verandering. De N-VA koos voor het eerste.

  Deze website werd mede mogelijk gemaakt door
Belfius Bank VDK bank Logo DVV