Sociaal huren wordt een beetje anders

sochurenSociale huisvestingsmaatschappijen volgen heel strikte regels om sociale woningen te kunnen verhuren. Deze worden vastgelegd in het sociaal huurbesluit. Reeds lang werd er beloofd dit besluit te vereenvoudigen en aan te passen aan de noden van vandaag. Het besluit ligt er, maar kan niet al de beloften waar maken.

Eenvoudiger is het niet echt geworden voor de maatschappijen. Wel zijn er een reeks belangrijke aanpassingen gekomen die een verschil maken voor de huurder en verhuurder. We hebben reeds onze steun toegezegd aan de verhoging van de inkomensgrenzen: die zal zeker voor alleenstaanden een verschil maken. Door die verhoging zal het aantal gezinnen die een beroep zouden kunnen doen op een sociale woning vergroten. De minister denkt aan een mogelijke toename van ongeveer 40.000 gezinnen. Daarom pleiten we voor een drastische verhoging van het aantal sociale woningen op korte termijn. De inkomensgrenzen zomaar verhogen zonder bijkomende woningen is een hachelijke zaak.

Ook de voorrangsregels worden gewijzigd waardoor jongeren die begeleid worden door welzijnsorganisaties verdwijnen als aparte doelgroep, maar opgenomen worden in een brede doelgroep van kwetsbare personen. Deze brede doelgroep van woonbehoeftigen met een welzijnsprofiel (daklozen, mensen in een begeleid wonen-project, …) wordt beperkt tot 5 % van de totale jaarlijkse instroom. Elke welzijnsorganisatie (bv CAW) kan een aanvraag indienen waarop de sociale huisvestingsmaatschappij moet antwoorden.

Deze maatregel is een antwoord op de vraag naar samenwerking tussen wonen en welzijn, maar lost een aantal problemen niet op of creëert er nieuwe. Enkele voorbeelden. De begeleidingsconvenant is steeds tijdelijk, wat na het aflopen van deze begeleiding: moet de SHM dan instaan voor verdere begeleiding? Wat als de 5 % reeds bereikt is na enkele maanden: wat gebeurt er dan met bv. daklozen die op vraag van het OCMW (zoals nu gebeurt) een onderdak vragen?

Naast deze belangrijkste wijzigingen zijn er een reeks andere, minder belangrijke wijzigingen m.b.t. huurdersverplichtingen, de huurwaarborg, de inwonende kinderen,...

Het ACW vraagt dat de volgende Vlaamse regering werk maakt van een degelijk sociaal huurbesluit dat rekening houdt met o.a. evaluaties van de sociale huisvestingsmaatschappijen en dat werk maakt van duidelijke afspraken tussen wonen en welzijn.

Hebben we ‘publieke’ zorg nodig: ook ACW denkt hierover na

meerjarenplanningGemeentebesturen staan vandaag voor een moeilijke oefening.

Ze moeten een meerjarenplanning en een meerjarenbegroting opmaken en dit in tijden van economische crisis, van te weinig middelen en te weinig goede vooruitzichten. Het water staat hen aan de lippen. Gemeenten zoeken dan ook allerlei wegen om te besparen. En dan komen de eigen diensten zeer snel in het beeld. En dus wordt de vraag vlug gesteld: moet een gemeente (en OCMW) nog wel diensten leveren? Kunnen die niet beter door anderen geleverd worden?

Gemeenten vragen zich vandaag af of welzijnsvoorzieningen zoals een lokaal dienstenchequebedrijf, een woonzorgcentrum, een kinderdagverblijf, … nog wel door de overheid moeten georganiseerd worden. Deze vraag wordt meestal gesteld vanuit de achterliggende bedoeling te besparen. Zelden of nooit wordt de vraag gesteld waarom ‘publieke zorg’ noodzakelijk is.

Toch is deze vraag wel belangrijk, zegt het ACW. We willen immers dat iedereen de goede zorg die hij of zij nodig heeft krijgt. Daarom hebben we steeds gestreden voor een sterke non-profit of social-profit in de zorg. Daar blijven we voor gaan.

Tegelijkertijd moeten we ons ook bezinnen over de ‘publieke zorg’: die is belangrijk en beantwoordt aan heel wat noden van de lokale gemeenschap. Deze zomaar privatiseren vanuit een besparingslogica is helemaal geen goede zaak voor de oudere die een betaalbare ouderenzorg nodig heeft, of voor een gezin die zoekt naar gepaste kinderopvang, of voor de werkloze die opgevangen wordt in een dienstenchequebedrijf. Gemeenten (en OCMW’s) kunnen niet voorbijgaan aan deze vraag. Wat zijn de lokale zorgnoden en wie kan deze noden het best opvangen? Het antwoord zal nooit een of-antwoord zijn, maar wel een en-antwoord. De komende maanden zoekt het ACW naar antwoorden.

Nieuwe procedure op komst voor vergunnen en plannen: is sneller ook beter?

stedenbouwDe Vlaamse regering wil voor de verkiezingen van 2014 de procedures m.b.t. het vergunnen en het ruimtelijk plannen versnellen en vereenvoudigen. De stedenbouwkundige vergunning én de milieuvergunning worden samengevoegd tot één omgevingsvergunning. Grote en moeilijke projecten krijgen een aparte procedure die zowel de omgevingsvergunning als het wijzigen van de ruimtelijke bestemming omvat.

Wil je een bedrijf bouwen dan heb je vandaag verschillende vergunningen nodig. Vandaag moet je een stedenbouwkundige vergunning én een milieuvergunning na elkaar aanvragen. Je hebt voor sommige projecten ook een milieu-effectrapport nodig. En dan spreken we nog niet over allerhande economische en andere vergunningen. Een veelgehoorde klacht is dan ook dat het bijzonder lang duurt vooraleer je een bedrijf komt opstarten. Ook grote projecten lopen jaren vertraging op en moeten meestal na zoveel jaar herbeginnen, denk maar aan de Oosterweelverbinding.

Dankzij de omgevingsvergunning en de nieuwe procedure voor complexe dossiers zullen deze procedures in de toekomst sneller verlopen.

Maar, is sneller dan beter?

Sneller is zeker beter voor de ontwikkelaar, maar is de kwaliteit van de besluitvorming daarom beter? Worden werknemers beter op de hoogte gebracht? Hoe zit het met de inspraak en participatie?

Ook het ACW is voor snellere én betere besluitvorming. Door de omgevingsvergunning zullen we de aanvraag kunnen beoordelen op al zijn aspecten, zowel ruimtelijke, milieu als mobiliteit en bovendien ook op sociale en economische aspecten. Zo kunnen we beter en grondiger oordelen. Door het combineren van vergunning én ruimtelijke planning worden ook alle aspecten van het project bekeken én biedt het mogelijkheid tot een grote betrokkenheid van stakeholders en omgeving.

Nog heel wat vragen

De voorstellen roepen echter ook heel wat vragen op. Zo wordt er bv. heel wat gevraagd van lokale besturen. Zijn lokale besturen in staat om de vloed van omgevingsvergunningsaanvragen aan te kunnen? Op welke manier ziet de Vlaamse overheid de betrokkenheid van zowel werknemers als omgeving bij de omgevingsvergunningsaanvraag of bij de complexe projecten? Is deze betrokkenheid gegarandeerd? Beide voorstellen bieden ook mogelijkheden om af te wijken van huidige milieu- en andere doelstellingen (natuur, erfgoed, landschappen, …), hoe worden deze ‘zwakkere’ waarden beter beschermd? En, wordt de besluitvorming inderdaad beter door alle verantwoordelijkheid te leggen bij de overheid?

Het ACW maakte deze vragen, via de strategische adviesraden over aan de Vlaamse regering: zij kan deze zeker nog integreren in de nieuwe regelgeving.

Kan asiel- en opvangsector 90 miljoen euro niet gebruiken?

asielbeleidEind juni liet staatssecretaris van Asiel, Migratie en Armoedebestrijding Maggie De Block (Open VLD) weten 90 miljoen euro terug te laten vloeien naar de schatkist. Een genereus gebaar om de moeilijke begrotingsoefening te vergemakkelijken. Toch doet dit signaal de wenkbrauwen fronsen bij veel middenveldorganisaties, die strijden tegen de stijgende armoede en de grote noden zien in het migratie- en asielbeleid. ACW heeft, samen met vele andere organisaties, vragen bij deze mededeling: er zijn heel wat mogelijkheden om dit budget te besteden aan acute, sociale doeleinden.

Gefronste wenkbrauwen

De teruggave van 90 miljoen euro is een kaakslag voor de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Een beleidsverantwoordelijke voor armoedebestrijding en asiel en migratie die een dergelijk budget terugschenkt, doet politieke wenkbrauwen fronsen. Het ACW deelt de bezorgdheid van tal van organisaties, o.m. Welzijnszorg, Pax Christi, Broederlijke Delen, Caritas International en Kerkwerk Multicultureel Samenleven. De teruggave van sociale budgetten is in strijd met het streven naar sociale rechtvaardigheid in onze samenleving. De vluchtelingensector vreest dat asielzoekers een bijzonder zware prijs zullen moeten betalen.

Besparingen

De federale regering was eind juni op zoek naar besparingen om de begrotingsdoelstellingen te behalen. Ook de asiel- en opvangsector ontsnapte er niet aan. Niet zozeer het feit dat er bespaard wordt, doet vragen rijzen, want de opvangcrisis is onder controle. Dat gebeurde onder meer dankzij een dalende instroom van asielzoekers en een vlottere behandeling van de aanvragen. Vanuit die context is een besparing gerechtvaardigd. Maar de vraag is: welk segment van het opvangnetwerk zal deze besparingsronde het hardst voelen? In die optiek lijkt een loutere snoeibeweging in de individuele opvang verstandig.

Opvang: twee vormen

Mensen die asiel aanvragen in ons land worden op twee manieren opgevangen: ongeveer de helft wordt opgevangen in de collectieve asielcentra, de andere helft komt terecht in de individuele opvang. Deze laatste groep komt terecht in studio’s, appartementen of huizen verspreid over het land. Deze innovatieve vorm van opvang werd in 1999 opgestart, op initiatief van Vluchtelingenwerk Vlaanderen in samenwerking met andere middenveldorganisaties. Deze individuele opvang heeft ondertussen zijn plaats verworven en de gemeenten volgen met hun Lokale Opvanginitiatieven (LOI) dit model.

Individuele opvang: voordelen

De individuele opvang biedt voordelen aan de opgevangen asielzoeker: meer autonomie en meer privacy voor het gezin. De individuele opvang leent zich daarmee tot het ontwikkelen van kwalitatieve opvang voor kwetsbare doelgroepen (gezinnen, alleenstaande moeders en asielzoekers met een handicap, niet begeleide minderjarigen). Bovendien is er een betere toekomstbegeleiding, ook wat betreft een eventuele terugkeer. Deze opvang, georganiseerd door een ngo of gemeente, is bovendien 10 % goedkoper dan in een collectief opvangcentrum. Ook vrijwilligers geven deze opvang dagdagelijks vorm.

Verstandig besparen

ACW roept de staatssecretaris op om in de toekomst de middelen niet aan haar departementen te onttrekken, maar ze zinvol te investeren. In plaats van met grote verklaringen 90 miljoen euro terug te schenken, kan ze beter nagaan hoe deze middelen optimaal ingezet kunnen worden voor armoedebestrijding en een humaan asielbeleid. Een beleid laat zich niet meten door dalende trends in het aantal asielaanvragen en een stijgende beweging in het aantal uitwijzingen.

Overheidsuitgaven: beperk administratieve last

overheidsopdrachtenOp 1 juli 2013 werd een nieuwe wetgeving inzake overheidsopdrachten van kracht. Onder overheidsopdrachten verstaat de wetgever “werken, leveringen of diensten die de overheid ‘bestelt’ of waartoe ze opdracht geeft”. Overheden kunnen daarbij niet lukraak kiezen wie ze wat laat doen of leveren. Overheden zijn gebonden aan strikte regels. In bepaalde gevallen moeten nu ook niet-overheden, zoals middenveldorganisaties, verenigingen en/of vzw’s deze regels naleven. Het ACW hoopt dat deze complexe regelgeving niet leidt tot een onnodige, extra administratieve werklast voor de verenigingen en vzw’s in Vlaanderen.

Europese regelgeving

Verenigingen die hun opdrachten moeten aanbesteden: het is een omwenteling maar ze komt niet uit de lucht gevallen. De wet die op 1 juli 2013 in voege treedt, is de omzetting van een Europese richtlijn uit … 2004. Europa heeft daarbij één doel: het toekennen van contracten (voor werken en diensten) moet transparanter en goedkoper.

Welke verenigingen?

Om te bepalen of een vereniging aan de regelgeving inzake overheidsopdrachten moet voldoen, worden drie voorwaarden vooropgesteld. De vereniging moet ‘voorzien in behoeften van algemeen belang’. Ze moet rechtspersoonlijkheid hebben. En ze moet‘in hoofdzaak’ gefinancierd worden door de overheid. Dit is de letter van de wet.

De geldende interpretatie leert dat niet de statuten van belang zijn, doch de activiteiten die door een organisatie worden verricht. ‘Algemeen belang’ wordt zeer ruim geïnterpreteerd waardoor quasi elke vereniging daaronder valt. Hét belangrijkste punt om uit te maken of een vereniging al dan niet aan de regelgeving moet voldoen, is het feit of ze hoofdzakelijk gefinancierd wordt door de overheid.

Subsidies

Overheden kunnen een organisatie ‘in hoofdzaak’ financieren. Hiervan is sprake van zodra méér dan de helft van de financiële middelen, die de organisatie voor haar werking ter beschikking heeft, afkomstig zijn van één of meerdere overheden. Anderzijds kan een organisatie ook in de situatie verkeren dat de vereniging ‘in hoofdzaak’ niet voldoet aan de aanbestedende voorwaarden, doch wel voor sommige van haar activiteiten. In die optiek kan een organisatie voor bepaalde activiteiten, gefinancierd vanuit een projectsubsidie, onder de regelgeving vallen indien. Dit is weliswaar enkel voor ‘werken’ (en diensten die ermee samenhangen) die meer kosten dan 8.500 euro.

Feitelijke vereniging

Wat met feitelijke verenigingen? ‘Lokale afdelingen zonder rechtspersoonlijkheid’ zijn veelal ‘afhankelijk’ van een overkoepelende moederentiteit. Als deze laatste moet voldoen aan de regelgeving, dan worden ook de lokale afdelingen beschouwd als aanbestedende overheden.

Complexiteit

Als een organisatie aan de regelgeving moet voldoen, is de kous helemaal niet af. De organisatie moet vervolgens de keuze maken tussen het gamma aan gunningswijzigingen (aanbesteding, offerte, onderhandeling, concurrentiedialoog, ontwerpenwedstrijd, enz.) en modaliteiten (open of beperkte procedure, aankoopsysteem of veiling). Het non-profitlandschap wordt geconfronteerd met een regelgevende wereld die voorheen nooit de hare was.

Niet iedere vereniging of organisatie beschikt echter over voldoende middelen om het nodige juridische personeel om de aanbestedingen correct op te stellen en te verwerken. Het ACW pleit daarom voor voldoende ondersteunende initiatieven om verenigingen en vzw’s wegwijs te maken in deze complexe, voor non-profitorganisaties, onbekende regelgeving.

Kernwapens: ‘Time to go’

timetogoAl dertig jaar lang liggen in ons land Amerikaanse kernwapens. Die wapens zijn nutteloos en gevaarlijk en het is een dure operatie. De meerderheid van de Belgen wil die kernwapens weg. Onze regering engageerde zich om mee te werken aan een kernwapenvrije wereld. Concrete stappen blijven vooralsnog uit.

Het is dan ook ‘Time to Go!’ voor de Amerikaanse kernwapens. De Belgische vredesbeweging voert sinds 20 mei 2013 actief campagne ter verwijdering van de Amerikaanse kernwapens uit ons land en organiseert op 20 oktober 2013 rond deze eis een grote manifestatie in het Brusselse Jubelpark. Het ACW is de verwijdering van de kernwapens op ons grondgebeid genegen en steunt volop deze campagne.

Actueel

De kernwapenkwestie is brandend actueel omwillen van de spanningen rond het Iraanse kernprogramma en de kernwapendreiging op het Koreaanse schiereiland. Tich is de roep om nucleaire ontwapening nauwelijks hoorbaar in het politieke discours. Ons land kan hierin een belangrijke rol spelen. In Kleine Brogel liggen sinds begin jaren 1980 10 tot 20 Amerikaanse B61 kernwapens. De verwijdering van Amerikaanse kernwapens van het Europees grondgebied kan een belangrijke impuls geven aan de bilaterale onderhandelingen tussen de VS en Rusland over de afbouw van hun nucleaire arsenaal. De verwijdering van dergelijke wapens uit Kleine Brogel is een belangrijke stap in een wereldwijde ontwapeningsdynamiek.

Engagement van de regering

Onze regering verbond zich in haar regeerakkoord tot initiatieven voor ‘een verdere ontwapening, inbegrepen nucleaire, en voor een verbod op wapensystemen met een willekeurig bereik’. Deze woorden blijven tot op vandaag dode letter. Het ACW en de vredesbeweging zullen de regering hieraan blijven herinneren en ijveren voor de verwijdering van kernwapens binnen de huidige legislatuur en voor een actieve Belgische rol op het internationale toneel.

Campagne

In de campagne ‘Time to go!’ worden vijf elementen naar voor geschoven.

  1. Kernwapens maken van de wereld allesbehalve een veiligere plek. Hoe meer bepaalde staten vasthouden aan het bezit van kernwapens, hoe meer andere staten en actoren dit ook willen. Het aantal kernwapenstaten blijft hierdoor toenemen. 

  2. De humanitaire gevolgen van de mogelijke inzet van kernwapens zijn zonder meer catastrofaal. Eén kernwapen in Kleine Brogel bezit 24 keer de vernietigingskracht van de atoombom op Hiroshima.

  3. Kernwapens zijn een schending van het internationale recht. Het zijn massavernietigingswapens die geen onderscheid maken tussen civiele en militaire doelwitten. Dit is nochtans een basiselement binnen het internationaal humanitair recht zoals vastgelegd in de conventies van Genève.

  4. Kernwapens zijn een dure aangelegenheid. De kernwapens in Kleine Brogel zijn de komende jaren aan modernisering toe, terwijl de verouderde F16-dragers eveneens vervangen moeten worden door modernere exemplaren met nucleaire capaciteit. Schattingen gaan tot 150 miljoen euro per stuk. Ook de specifieke opleiding van Belgische piloten, het onderhoud en de bewaking van Kleine Brogel kosten de Belgische belastingbetaler handenvol geld.

  5. De Amerikaanse regering en het Amerikaanse leger plaatsen steeds meer vraagtekens bij de meerwaarde van de ‘Europese’ kernwapens. De regering-Obama wacht echter op een duidelijk signaal van de ‘gastlanden’ vooraleer tot actie over te gaan.

 

ACW tevreden over beslissing resettlement of hervestiging

Burundi-Lothar-KlingesStaatssecretaris de Block kondigde begin juni 2013 aan dat nog in juni 31 Burundese vluchtelingen uit vluchtelingenkampen in Tanzania, aankomen in België.

Ons land kiest hiermee opnieuw voor resettlement: vluchtelingen die een veilig onderkomen zochten in hun eigen regio maar daar niet op voldoende bescherming kunnen rekenen, hier uitnodigen.

Het ACW is samen met de vluchtelingensector tevreden dat de Belgische regering opnieuw kiest voor resettlement.

Hervestiging

Hervestiging is een aanvulling op de asielprocedure. Er is wel een verschil: hervestigde vluchtelingen moeten geen asielprocedure meer doorlopen. Door inspanningen te leveren op het vlak van hervestiging zorgt ons land voor een geïntegreerd beleid van internationale bescherming. Enerzijds kan via de nationale asielprocedure bescherming worden geboden aan de asielzoekers die hier spontaan aankomen. Anderzijds kan via hervestiging eveneens bescherming worden geboden aan de meest kwetsbare vluchtelingen in de wereld.

Voorgeschiedenis

Vanaf 1999 waren er in ons land geen structurele hervestigingsoperaties meer. De beslissing in 2009 om in België een hervestigingsproject voor vluchtelingen uit Irak op te starten kwam echter niet uit de lucht gevallen. Geconfronteerd met de oorlogssituatie in Irak en de immense vluchtelingenstroom naar de buurlanden Syrië en Jordanië had de Europese Raad de nationale lidstaten opgeroepen bestaande hervestigingsactiviteiten uit te breiden en nieuwe -projecten op te starten.

Nieuwe start

In het kader van dit Europees signaal hervestigde ons land in 2009 47 Iraakse en Palestijnse vluchtelingen uit Syrië, Jordanië en uit een kamp aan de grens tussen Syrië en Irak. In 2011 volgden 26 Eritreeërs uit een kamp aan de Libisch-Tunesische grens. De 31 Burundese vluchtelingen die in juni aankomen maken deel uit van een groep van 100 vluchtelingen die ons land dit jaar uitnodigt. In het najaar zullen nog Congolese vluchtelingen uit vluchtelingenkampen in Burundi naar ons land komen. Sommigen onder hen wonen al heel hun leven in deze kampen waar ze geen normaal leven konden opbouwen. Zo mogen de Burundese vluchtelingen in Tanzania hun vluchtelingenkamp niet uit en kunnen ze er niet legaal werken. Ze kunnen ook niet terug naar Burundi omdat het er niet veilig is. Om een toekomst op te kunnen bouwen is resettlement voor hen de enige optie.

Europees kader

Het hervestigingsprogramma wordt gestimuleerd vanuit een Europees kader. Het Europees Parlement gaf op 29 maart 2012 groen licht voor een Europees hervestigingsprogramma. Dat programma voorziet in de nodige EU-fondsen voor hervestigingsactiviteiten van haar lidstaten. Er wordt voorzien in een vast bedrag per hervestigde persoon en de vluchteling komt uit een land dat valt onder de uitvoering van een Regionaal Beschermingsprogramma of behoort tot een kwetsbare groep.

Op naar een structureel engagement

De regering kondigde vorig jaar aan dat België vanaf nu elk jaar vluchtelingen zal uitnodigen. Het ACW juicht dit opgenomen engagement toe. Dergelijk resettlementbeleid maakt dat ons land een bijdrage levert om aan de meest kwetsbare groepen vluchtelingen een toekomst te geven. Het ACW is verheugd over de genomen initiatieven en dringt aan op een structureel engagement met jaarlijks nieuwe hervestigingsoperaties. Om van een structureel beleid te kunnen spreken, is een verankering van resettlement in de wet vereist.

 

Een GAS-boete voor de nieuwe wet op de GAS-boetes

Het ACW heeft, samen met 212 andere middenveldorganisaties, moeite met de nieuwe GAS-wet. Maar nu de wet in het parlement gestemd is, kunnen de gemeenten zelf beslissen of ze hun gemeentelijk reglement hierop gaan aanpassen. Het ACW schuift 12 voorstellen naar voren om vanuit een sociale bril naar de GAS-boetes te kijken en zeer omzichtig om te springen met een verdere versoepeling van het GAS-reglement.

Wat vooraf ging

gas2

Het parlement heeft op 30 mei 2013 een nieuwe GAS-wet goedgekeurd. Deze GAS-wet vervangt de bepalingen in art. 119 rond het GAS-systeem dat reeds sinds 1999 in voege is in de gemeenten.

Vanuit de jongerenorganisaties was er al van meet af aan veel protest tegen deze wetswijziging. Dat protest werd de laatste weken voor de goedkeuring versterkt. 213 middenveldorganisaties, waaronder ACW, Femma, KWB, MOC, KAJ, ACV-Enter en Kazou, ondertekenden een open brief uit protest tegen de wettelijke verlaging van de leeftijd tot 14 jaar, de verhoging van de boetes en het behoud van een al te vage definiëring van wat kan beschouwd worden als ‘overlast’.

Hoe verder ?

Nu de wet gestemd is, stelt zich de vraag hoe we hiermee omgaan, zowel op landelijk als op lokaal niveau. ACV-Enter, KAJ en Kazou riepen op om mee te manifesteren op 29 juni. Andere organisaties, zoals de Liga voor Mensenrechten, gaan een stap verder en trekken wellicht naar het Grondwettelijk Hof, nu hun actie om 15 senatoren de wet te laten evoceren geen succes heeft gehad.

Het ACW heeft zich in het verleden niet verzet tegen de invoering van de Gemeentelijke Administratieve Boete, maar heeft destijds wel beklemtoond dat de burgers en het middenveld moeten betrokken worden bij het bepalen voor welke feiten GAS-boetes konden worden opgelegd.

12 voorstellen voor een sociaal rechtvaardige invulling

Het ACW lanceert 12 voorstellen om het debat in de gemeenten mee richting te geven. Heel wat elementen uit de kaderwet moeten immers op lokaal niveau worden ingevuld. Zo wil het ACW:

  • geen verlaging van de leeftijd tot 14 jaar,
  • geen verhoging van de boetes tot de maximum toegelaten tarieven,
  • enkel zeer concreet omschreven vormen van overlast in het reglement en geen vage begrippen,
  • eenzelfde gemeentelijk reglement dat gedeeld wordt door zoveel mogelijk gemeenten,
  • de regels op-maat-van-de-gemeente zo beperkt mogelijk houden,
  • het ernstig nemen van het participatief proces met de jeugdraad,
  • consultatie van het lokale middenveld voor het geheel van de GAS-boetes,
  • een goede communicatie naar bewoners en niet-inwoners van de gemeente,
  • een tolerante houding van de ambtenaren bij de toepassing van het GAS-reglement,
  • geen GAS-boetes voor vormen van vrije meningsuiting (betogingen, acties, stakingen,…),
  • opleiding van alle ambtenaren die bevoegd worden om GAS-boetes uit te delen.

 

Pagina top 5

Wat is ACW ? (25197 views)
Herfst 2013 (21198 views)
Vacatures (16833 views)
Downloads (14263 views)

Contact opnemen

  • ACW algemeen secretariaat
    Postbus 20 - 1031 Brussel
    tel. 02 246 31 11
    e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Wegbeschrijving