Wat als … strategische adviesraden niet bestonden?

chessDe Verenigde Verenigingen heeft op haar website een opiniestuk gepubliceerd waarmee ze reageren op de aantijgingen van Lode Vereeck dat de vele Vlaamse adviesraden te weinig meerwaarde bieden en teveel geld kosten. We vinden het echter te kort door de bocht dat men hieruit zou concluderen dat de adviesraden dan maar afgeschaft worden. Onze conclusie is dat de Vlaamse regering meer moet luisteren naar haar eigen adviesraden (en wat minder naar al die consultants). Logisch toch !?

Opiniestuk: Maandag was het weer zover: “Regering betaalt 17,5 miljoen voor adviezen die ze negeert". Voor de snelle lezer werd er samengevat: “Minister Geert Bourgeois wil het aantal adviesraden verminderen. Hoeveel er moeten verdwijnen, staat nog niet vast”. ‘Self-fulfilling prophecies’ bestaan! Vanuit een grotendeels juiste, al langer gekende, analyse wordt een fundamenteel verkeerde oplossing voorgesteld die vervolgens zo vaak herhaald wordt dat minister Bourgeois die nu zelfs lijkt te volgen. Als maatschappelijk betrokken middenveld volgen we dit niet. Niet alleen is de oplossing gebaseerd op denkfouten, het zal de efficiënte en transparante overheid die deze Vlaamse Regering terecht nastreeft geen stap dichter brengen, wel integendeel.

Correcte analyse

10 jaar geleden werd orde op zaken gesteld in het Vlaamse inspraakbeleid. De vele versnipperde adviesraden werden vervangen door 12 decretaal verankerde strategische adviesraden met een duidelijke opdracht en waarin zorgvuldig alle maatschappelijke belangen vertegenwoordigd werden. Mooi. Begin 2009 verscheen een onderzoek over de werking van deze strategische adviesraden. De analyse die Lode Vereeck maakt in het artikel is daarin grotendeels terug te vinden. Het klopt dat de Vlaamse regering de meerwaarde van haar eigen adviesraden nog altijd onvoldoende naar waarde schat. Het klopt dat hun advies vaak pas wordt gevraagd als er al een politiek compromis is. Het klopt dat de adviesraden het kruim van experts en ervaringsdeskundigen, veelal vanuit sociale partners en verenigingsleven, omvatten. En het klopt dat de Vlaamse Regering hier en daar nieuwe ‘adviesorganen’ uitvindt waarnaar ze wel luisteren, hoewel de uiteenlopende cijfers (van 61 over 130 tot 224) vooral bedoeld lijken om te zeggen dat het er ‘veel’ zijn. Kortom: het is hemeltergend dat de Vlaamse Regering nauwelijks luistert naar waardevol advies van ‘mensen die het kunnen weten’. Inderdaad.

Merkwaardige oplossing

De analyse leidt tot een zeer merkwaardige plot, namelijk het wordt tijd dat de Vlaamse Regering snoeit in die adviesorganen en er niet langer in investeert. Zijn wij nu de enigen die dit een rare logica vinden? De regering moet beter luisteren naar adviesraden maar omdat ze dat niet doet, kan ze ze maar beter afschaffen. Mijn zoon moet beter luisteren naar de juf wiskunde, maar omdat hij dat niet doet, kan de les wiskunde maar beter afgeschaft worden. Mijn zoon (en de regering) lijkt hiermee op korte termijn te winnen. Een merkwaardige conclusie toch voor een parlementslid dat het “erg vindt dat de adviesraden zo genegeerd worden”. En toch waren we niet helemaal verrast want de laatste maanden en jaren regende het weer halve waarheden over inspraak, overleg en participatie (vertragend, duur, niet efficiënt…).

Wat als … ?

Met het ‘algemeen belang’ kan je niet praten, met vele individuele belangen wel. De beste manier om het algemeen belang te dienen is te zorgen dat de verschillende individuele belangen met elkaar kunnen discussiëren en tot akkoorden komen. Dat is net de rol van die strategische adviesraden! Wat als die adviesraden niet bestonden? Dan wordt het ‘algemeen belang’ vervangen door het recht van de sterkste. En dan? Jawel hoor, dan kan er weer als vanouds gelobbyd worden. De achterkamertjes zijn terug, alle opgebouwde transparantie vervliegt en organisaties en burgers kunnen niet achterhalen waarom bepaalde maatregelen genomen worden. In the end twittert Geert Noels dat hij stomverbaasd is dat een minister een wettekst schreef zonder dat een ‘lobbygroep’ de pen vasthield. En dan? Zonder de expertise van het middenveld en de maatschappij staan ministers er alleen voor. Maar geen nood, bevrijd van peperdure adviesraden richten ze adviesorganen op, met daarin vrienden en kennissen. Of nog transparanter, ze doen een beroep op ‘onafhankelijke’ consultants. Zoals iedereen weet, geven die voor een appel en een ei advies op maat waarmee de minister écht vooruit kan. Hopelijk komt er dan geen parlementslid op het idee om via parlementaire vragen de gezamenlijke kostprijs van ingeschakelde consultancybureaus te achterhalen en die te vergelijken met de kostprijs van de strategische adviesraden. En dan? Dan vertraagt het beleid. De dure adviesraden zijn weg, maar de burgers en organisaties zijn er nog. Die betweters, die lastigaards, zullen weer allerlei individuele belangen inroepen en de rechtbank zal hen weer gelijk geven. Allerlei beleidsmaatregelen zullen dus opnieuw geblokkeerd en vertraagd worden. Waarop nog meer wetten volgen om de Raad van State en consoorten aan banden te leggen… en dan?

En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Ironisch en sterk overtrokken maar het blijkt alsmaar meer de nauwelijks verborgen agenda van al die pleitbezorgers van meer daadkracht en besparingen op advies en overleg. “Als je een leugen maar vaak genoeg herhaalt, ….”

Schaf strategische adviesraden niet af, luister ernaar!

Beleid maken is niet simpel en beslissen over beleid is aan onze politici. Maar beleid maken is een zaak van de hele maatschappij, niet enkel van luide roepers of ‘belangrijke’ adviesraden. Het zijn net overheden die doof blijven voor de bekommernissen van haar burgers en organisaties die zorgen voor populisme, slecht beleid en ontevreden burgers. En toch lijkt er een groeiende teneur in Vlaanderen die eerder gericht is op uitschakeling dan op inschakeling van de strategische adviesraden. Wij pleiten ervoor dat de regering ze maximaal inzet, ondersteunt en – vooral – gebruikt waarvoor ze opgericht zijn. Het is toch ronduit onnozel om eerst een beperkt aantal democratische adviesstructuren te creëren, ze vervolgens bewust te negeren, intussen parallelle, ‘gehoorzame’, structuren op te zetten om dan te concluderen dat je één en ander gaat ‘saneren’ omdat alles te duur geworden is. Heel efficiënt en transparant is dat.

 

Sociale Innovatiefabriek van start

De Sociale Innovatiefabriek is een initiatief van een brede alliantie aan middenveldorganisaties – waaronder het ACW - en het bedrijfsleven. De Sociale Innovatiefabriek wil sociaal ondernemerschap en sociale innovatie ondersteunen en promoten in functie van het oplossen van belangrijke maatschappelijke uitdagingen in Vlaanderen. De fabriek moet zorgen voor een doorbraak van sociale innovatie in Vlaanderen, complementair aan technologische innovatie.

SIF

De Sociale Innovatiefabriek

Niet elke innovatie ontstaat bij de overheid of uit de markt. Innovaties kunnen ook vanuit een maatschappelijke nood opborrelen. Denk maar aan de jeugdbewegingen honderd jaar geleden, Ziekenzorg van de CM en recent aan initiatieven van autodelen, thuisafgehaald.be,... De maatschappelijke uitdagingen vandaag zijn groter dan ooit: verstedelijking, armoedebestrijding, vergrijzing en de klimaatproblematiek zijn maar enkele in een lange lijst. De sociale innovatiefabriek zal inzetten op sociaal ondernemerschap en op brede ondersteunende sociale innovatie om dergelijke maatschappelijke uitdagingen op een duurzame, creatieve manier in te vullen.

De activiteiten van de fabriek zijn gericht op maatschappelijke organisaties en bedrijven die op zoek zijn naar een model om meer sociale waarden te integreren in hun bedrijf, ondersteund door kennisinstellingen en overheidspartners. Eén van de kernuitdagingen is om partnerships uit te bouwen tussen deze verschillende actoren om zo tot sterkere resultaten te komen.

Deze partnerschapsgedachte uit zich ook in de samenstelling van het consortium dat de aanvraag tot oprichting van de Sociale Innovatiefabriek heeft ingediend: 3E, ACW, BBLV, Blixt , City-Live, Eneco België, Fifth Play, FOV, Gezinsbond, i-propeller, Impact Capital, Joker, Minderhedenforum, Netwerk tegen Armoede, PE Group, Shortcut – change designers, Telenet, Tessenderlo Group, Triodos Bank, Urban Product, VSGF, Zappware. Voor de middenveldorganisaties trok 'de Verenigde Verenigingen' het initiatief en diende het dossier in.

De Sociale Innovatiefabriek is opgericht als een vzw met partners uit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Partners van de Sociale Innovatiefabriek zullen mee risico nemen in een Social Impact Angel Fund. Dat fonds zal innovatietrajecten en haalbaarheidsstudies bij het IWT mogelijk maken in samenwerking met de sociale ondernemers. Voor alle sectoren in het verenigingsleven en het middenveld biedt de Sociale Innovatiefabriek een unieke kans om hun sociaal innovatieve ideeën of projecten verder uit te werken om ze vervolgens te verankeren in de maatschappij, de markt of de beleidsvoering.

 

30 quick-wins voor het Vlaams beleid

Op 27 maart 2013 maakten ABVV, ACLVB en ACV 30 concrete voorstellen over aan Minister-President Kris Peeters. Deze voorstellen zijn “quick wins” die beantwoorden aan brede maatschappelijke behoeften en die in deze legislatuur nog kunnen gerealiseerd of opgestart worden. Deze voorstellen zijn een reactie op de voorstellen, die de werkgevers in januari 2013 overhandigden.

quikwins

Sommige voorstellen verbeteren vooral de efficiëntie van wat bestaat en zijn in die zin budgetneutraal, andere daarentegen hebben financiële consequenties. Maar daarvoor worden ook suggesties aangereikt. Deze quick wins zijn overgemaakt tegen de achtergrond van de Vlaamse begrotingscontrole.

De 30 voorstellen vertrekken vanuit vier centrale invalshoeken:

  • inclusieve arbeidsmarkt realiseren
  • de transitie naar een duurzame sociaaleconomische rechtvaardige samenleving bevorderen
  • efficiënt, doelgericht en effectief inzetten van steunmaatregelen
  • nieuwe inkomsten en rechtvaardige fiscaliteit realiseren

Inclusieve arbeidsmarkt realiseren

  1. Maak eerstelijns loopbaandienstverlening voor werknemers structureel toegankelijk in heel Vlaanderen, zoals overeengekomen in het Loopbaanakkoord.

  2. Verzeker het recht op een kwalitatieve leerwerkplek voor elke jongere in het deeltijds beroepsonderwijs: 2000 arbeidsmarktrijpe jongeren kunnen geen kwalificatie behalen omdat ze hun beroepsopleiding op de werkvloer niet kunnen realiseren!

  3. Maak werk van een youth guarantee die elk werkzoekende jongere onder de 25 de garantie geeft op een kwalitatieve job, opleiding of stageplaats. Garandeer in ieder geval een kwalitatieve stageplaats voor elke jongere die het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie. Suggestie: Neem als Vlaamse overheid het engagement om minstens een kwart oftewel 1111 van de 4450 beschikbare stageplaatsen voor jongeren zonder diploma (de zogenaamde instapstages) in te vullen.

  4. De SERV en de VLOR spraken zich positief uit over de hervorming van het secundair onderwijs met een gemeenschappelijke eerste graad en uitstel van de studiekeuze. Blijf niet talmen om deze hervorming in de steigers te zetten en leg onverwijld een conceptnota op tafel. We rekenen er ook op dat de regering snel uitvoering geeft aan haar voornemen om sociale voordelen automatisch toe te kennen aan rechthebbenden, zoals de studiebeurzen.

  5. Differentieer de activering van 50-plussers door meer rekening te houden met de lengte van de loopbaan en de zwaarte van het beroep.

  6. Evalueer samen met de sociale partners hoe de tewerkstellingspremies voor 50-plussers efficiënter en effectiever kunnen ingezet worden bijv. door het bestaande budget te herverdelen ten voordelen van bedrijven die 55-plussers en langdurig werkzoekende 50-plussers aanwerven.

  7. Maak van het hebben van een diversiteitsplan een standaardvoorwaarde bij uitbesteding van overheidsopdrachten.

  8. Garandeer een betere transparantie van de resultaten van die diversiteitsplannen, door een totaalfoto van het personeelsbestand vooraf en achteraf een verplicht onderdeel te maken.

    Transitie naar een duurzame sociaal-economische rechtvaardige samenleving bevorderen

  9. Behaal de doelstelling van 4% diversiteit bij de Vlaamse overheid in 2014.

  10. Ga voor een nultolerantie op vlak van discriminatie en voer de actielijst Allochtonen en de actielijst Arbeidshandicap van de Commissie Diversiteit van de SERV uit.

  11. Zet de middelen voor individuele beroepsopleiding (IBO) efficiënter en effectiever in en vermijdt deadweighteffecten door de doelgroep te beperken tot die werkzoekenden die het meest gebaat zijn bij deze maatregel.

  12. Maak werk van sociale clausules bij overheidsopdrachten. Stel ambitieuze doelstellingen over het gebruik ervan in het kader van de actieplannen duurzame en innovatievriendelijke overheidsopdrachten. Geef een jaarlijkse rapportage aan het Vlaams Parlement over de voortgang en stimuleer deze werkwijze bij aankopers op gemeentelijk niveau.

  13. Maak het mogelijk voor werknemers uit de sociale economie om door te stromen naar de reguliere economie door de bestaande premies voor werkgevers te hervormen.

  14. Investeer verder in preventief bedrijfsbeleid door nu ook in te zetten op de rol van werknemers en van het Agentschap Ondernemen zoals voorzien in het VESOC-akkoord.

  15. Laat een doorlichting maken van alle subsidies aan ondernemingen naar effectiviteit en efficiëntie naar het voorbeeld van de rapporten Soete rond innovatiesteun. Onderzoek daarbij de samenhang met het Vlaamse innovatie-instrumentarium en met maatregelen van de andere overheidsniveaus. Waag de sprong naar een economisch investeringsbeleid met een sterke maatschappelijke relevantie. Focus op investeringen die oplossingen bieden voor uitdagingen van de 21ste eeuw (energieschaarste, klimaat, vergrijzing, …). Beoordeel deze projecten op basis van duurzame criteria. Ontwikkel een bruikbaar impactmodel om de sociale en economische ‘return on investment’ te meten. Koppel steun van IWT, PMV en het Agentschap Ondernemen aan juridisch afdwingbare voorwaarden (tewerkstelling, opleiding, …).
    Zet ook de Europese structuurfonds voor de periode 2014-2020 in voor investering met een hoge maatschappelijke en ecologisch toegevoegde waarde.
    Geef prioriteit aan transitieversterkende en sociale doelstellingen bij de Vlaamse inhoudelijke invulling van de nieuwe programmatieperiode.

  16. Betrek ook de VDAB, Syntra en sectorale experten bij de beoordeling van opleidingsdossiers in het kader van strategische transformatiesteun. Zij zijn goed geplaatst om de kwaliteit en het “spill-over” potentieel van strategische opleidingsprojecten in te schatten. Communiceer transparant over goedgekeurde STS- opleidingsdossiers (strategische transformatiesteun), ook voor dossiers onder de 500.000 euro. Maak goede praktijken zichtbaar en kenbaar naar andere ondernemingen.

  17. Werk dringend een masterplan groene economie uit. Minister-president Kris Peeters kondigde bij het begin van deze legislatuur in zijn beleidsnota Economie zo’n masterplan aan. Dat zou invulling geven aan dit centrale thema van het nieuw economisch beleid van de Vlaamse regering. Het zou tevens en een geïntegreerd beleid mogelijk maken. Sindsdien is van dit plan niets meer vernomen.

  18. Voer een 80/20 regeling bij De Lijn in naar analogie met de NMBS-abonnementen.

  19. Verplicht alle ondernemingen om een bedrijfsvervoerplan op te maken, te beginnen bij de bedrijven boven de 100 werknemers naar analogie van Brussel. Stimuleer een globale aanpak voor groepen van bedrijven op bedrijven- en industrieterreinen.

  20. Maak werk van een duurzaam woon-werkverkeer door o.a. het Pendelfonds te activeren in functie van innovatieve en gedragen projecten die multimodale alternatieven in het woon-werk verkeer uittesten. Voorzie ruimte in de investeringsplannen van de NMBS en De Lijn om te investeren in projecten van gedeeld vervoer (voor- en natransport).

  21. Maak werk van een duurzaam bedrijventerreinmanagement. Zorg ervoor dat bedrijventerreinen onder concessie komen of vallen onder het recht op voorkoop (cfr. problematiek gronden Opel en Ford).

  22. Zorg dat het Vlaams Energiebedrijf zo snel mogelijk operationeel is. Het Vlaams Energiebedrijf is opgericht bij decreet van 15 juli 2011 en kreeg een budget van 200 miljoen euro. Het kreeg twee belangrijke taken opgelegd, nl. energie-efficiëntie in overheidsgebouwen stimuleren en de overheidsinvesteringen in groene energie bundelen. Maar het bedrijf is nog steeds niet operationeel.


    Efficiënt, doelgericht en effectief inzetten van steunmaatregelen in tijden van crisis. 

  23. Koppeling van steun aan voorwaardenZorg voor een beter evenwicht tussen maatschappelijke en economische noden in het Bankenplan. Maak werk van een betere inschakeling van particuliere spaarders in projecten die goed zijn voor mens, milieu en economie (bijv. maatschappelijke infrastructuurprojecten). Zorg voor een behoorlijk rendement. Maak snel werk van de uitvoering van het aangekondigde zorgtraject voor de tienduizenden gezinnen die geconfronteerd worden met hypothecaire afbetalingsproblemen. Maak beter gebruik van het instrument "gewaarborgd wonen".

  24. Pas de energietarieven (vrijstelling groenestroombijdrage op energiefactuur) en waterheffing (gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsbijdrage voor afvalwater) aan voor mensen met een laag inkomen. De Vlaamse energie-intensieve bedrijven betaalden al minder mee aan de steun voor hernieuwbare energie. Het Vlaams Parlement keurde vorig jaar een decreet goed dat de bestaande vrijstelling voor deze bedrijven nog fors uitbreidde. Maar gezinnen in energiearmoede moeten wel voor het volle pond mee betalen aan de steun. Voor hen bestaat geen vrijstelling.
    We willen dringend een maatschappelijk debat over de verdeling van de stijgende kosten van ons sociaal en ecologisch energiebeleid.

  25. Investeer extra in energiezuinige sociale huisvesting. In de sociale huisvesting zijn er nog heel wat zinvolle lage-energieprojecten die wachten op financiering. De Vlaamse regering moet hiervoor extra middelen vrijmaken. Een extra stimulans op dit vlak levert immers een meervoudige bonus op: stimulering van de economische activiteit, sociale baten en extra tewerkstelling. Middelen kunnen bv. komen van de veiling van ETS-rechten (Europese emissiehandel). Het is onaanvaardbaar dat de ETS-middelen hoofdzakelijk zouden gebruikt worden om de elektriciteitsfactuur van de bedrijven te compenseren. Schakel sociale verhuurkantoren ook in om leegstaande woningen beschikbaar te maken voor sociale huisvesting.

  26. Steun aan windenergie moet iedereen ten goede komen. Energie uit wind is een collectief goed, het behoort toe aan iedereen. De steunregeling voor hernieuwbare energie moet daarom gebruikt worden om ervoor te zorgen dat hernieuwbare energieproductie in handen komt van burgers (al dan niet via coöperatieven) en overheden. Via de energiefactuur betaalt elke burger immers mee aan de investeringen in hernieuwbare energie. De burger heeft dan ook recht op een deel van de economische opbrengst. Ook Wallonië denkt aan zo’n benadering: er ligt een voorstel op tafel om minstens 49 procent van alle windmolenprojecten open te stellen voor investeringen door lokale overheden en lokale burgercoöperaties.

  27. De voorbereidingen voor een herziening van de gebruikersbijdrage en de maximumfactuur in de thuiszorg is in een vergevorderd stadium. Voer dit nu uit om het toekomstig aanbod maximaal te laten aansluiten op de zorg- en ondersteuningsnoden van de bevolking.

  28. Bouw nu aan de kinderopvang en het onderwijs van morgen. Zet nog tijdens deze legislatuur extra middelen in en doe dit prioritair in de grootsteden, waar de noden het meest prangend zijn. Dit zorgt voor jobs en een toekomst voor onze allerjongsten en de zwaksten in de samenleving. Elke cent die je nu investeert in de allerjongsten, wordt later dubbel en dik teruggewonnen!

    Nieuwe inkomsten en rechtvaardige Vlaamse fiscaliteit

  29. Voorzie nieuwe inkomsten door buitenlandse chauffeurs mee te laten betalen aan onze weginfrastructuur via een wegenvignet en zware vrachtwagens via een kilometerheffing.

  30. De Vlaamse belastingen moeten rechtvaardiger. Zo kan men vandaag een familiebedrijf overdragen zonder enige vorm van belasting te betalen. Gewone mensen die erven of schenken betalen de volle pot. Daarom moet het vlakke gunsttarief voor het schenken van een familiebedrijf opnieuw opgetrokken worden naar minstens 3% en moet de aan dit gunsttarief voor erven of schenken van familiebedrijven gekoppelde voorwaarde over het behoud van de tewerkstelling in het bedrijf opnieuw worden ingevoerd. De Vlaamse regering moet ook meer transparantie creëren over de verdeling van de Vlaamse belastingdruk tussen bedrijven en gezinnen en tussen de verschillende vermogensdecielen.

    Evalueer ook de woonfiscaliteit op zijn herverdelend karakter. Om het recht op wonen voor iedereen te blijven waarborgen moet er meer progressiviteit in de woonfiscaliteit worden ingebouwd. Dit kan door, naar analogie met Brussel en het Waalse Gewest, de registratierechten op een tweede, derde en vierde woning op te trekken naar 12,5% in plaats van het huidige vlakke tarief van 10% op alle woningen.

 

Sociaal nieuws uit de EU: het Sociaal Investeringspakket (SIP)

Wat was er tot nu toe ?

De EU 2020 strategie: onderworpen aan begrotingsdiscipline


In de EU2020 strategie, wat het sociaal-economisch kader van de EU op middellange termijn vormt worden volgende doelstellingen vooropgesteld.

  • Werkgelegenheid: een werkgelegenheidsgraad van 75% voor de leeftijdscategorie 20-64 jaar
  • Onderzoek en ontwikkeling: 3% van het BNP wordt geïnvesteerd in onderzoek, ontwikkeling en innovatie
  • Klimaat: een reductie van 20% (30% wanneer er een internationaal bindend klimaatakkoord gesloten wordt) van de CO2-emissies tov 1990, 20% van de gebruikte energie moet hernieuwbare energie zijn en een vermeerdering van 20% van de energieefficiëntie in de EU
  • Onderwijs: het percentage vroegtijdige schoolverlaters terugdringen tot 10% en streven naar minimum 40% van de 30-34 jarigen die een diploma hoger onderwijs hebben of gelijkwaardig
  • Armoede: 20 miljoen minder armen (of mensen die het risico lopen in armoede te vervallen) en sociaal uitgeslotenen tegen 2020.

legedoos euDeze objectieven zitten ook, naast de economisch beleidsindicatoren in het toezichtprogramma van de Europese Commissie, het Europees Semester. De lidstaten moeten hierover, naast hun begroting- en hun macro-economische maatregelen jaarlijks rapporteren in de Nationale Hervormingsprogramma’s. De Commissie kan/mag over deze 5 doelstellingen dan ook jaarlijks aanbevelingen doen aan de lidstaten. De aanbevelingen die de Commissie in 2012 deed aan verschillende lidstaten gaan vooral over sociale beleidshervormingen. Ze roepen op tot de hervorming van loonindexatie in lidstaten die zulk een systeem hanteren, in sommige gevallen tot het herzien van het collectief overleg systeem, het verminderen van belastingen op lage lonen, het verlengen van de actieve leeftijd, het aanpassen van de pensioensystemen aan de levensverwachting, het activeren van kwetsbare groepen.

We kunnen concluderen dat binnen het Europees Semester de EU 2020 doelstellingen ondergeschikt gemaakt worden aan de overheersende logica van fiscale consolidatie en structurele hervormingen.

In haar halftijdse evaluatie kan men stellen dat deze socio-economische strategie gedomineerd wordt door begrotingsdiscipline en structurele macro-hervormingen.

Toch besefte de Commissie dat men met een sociaal verhaal naar buiten moest komen. Veelal door het ingefluisterde of uitdrukkelijk uitgesproken besef van experten dat economische groei niet mogelijk is zonder sociale investeringen.

Na enkele vertragingspogingen, veelal toe te schrijven door de moeizame relatie tussen het Directoraat Generaal Sociale Zaken en het DG Ecofin binnen de Commissie, werd eind februari het ‘Social Investment Package’ uitgebracht, een Mededeling geflankeerd door 7 Studiedocumenten onder het voogdijschap van het DG Sociale Zaken.

Het Sociale Investeringspakket:
een kwalitatief sterk inhoudelijk document

Inhoudelijk is het Sociaal Investeringspakket een sterk document. Zo vertrekt de Commissie van de vaststelling dat de lidstaten die een hoog sociaal beschermingsmodel hebben, het sterkst/best overeind blijven in deze crisistijden.

De nadruk ligt op kwaliteit: kwaliteit van onderwijs en vorming, een kwalitatieve job, kwaliteitsvolle en toegankelijke sociale diensten en gezondheidszorg, ouderenzorg,… . Er wordt ook prioriteit gegeven aan een inclusieve arbeidsmarkt en inclusieve leefomgevingen. De Mededeling legt de nadruk op ‘menselijk kapitaal’. Ze stapt dus af van het afstandelijke flexicurity verhaal, waar aanpasbaarheid en flexibiliteit van de werknemer centraal stonden. Dit is nieuw: een Commissie die oog heeft voor de individuele levensloop, die een traject op maat vooropstelt voor elke individuele levensloop, die zelfs erkent dat er mensen zijn voor wie het ongepast is hen te activeren.

Dat activeringsverhaal is nog wel nadrukkelijk aanwezig, maar krijgt nu een kwaliteitskader rondom zich, waardoor zelfontplooiing als criterium meegenomen wordt. Sociale uitkeringen blijven per definitie tijdelijk en moeten veelal voorwaardelijk gemaakt worden, maar er wordt toegegeven dat hun bestaan een noodzaak zijn om een degelijke sociale bescherming te bieden.

Ook wordt er grote prioriteit gegeven aan een sociaal beleid dat het kind als uitgangspunt heeft: kwalitatief onderwijs, aanpak van kinderarmoede, een degelijke combinatie gezin/arbeid, meer investeringen in kinderopvang,… . Een geslaagde levensloop vraagt een geslaagd begin.

De Commissie stapt, gelukkig maar, ook af van haar doelgroepenbeleid, als het om armoedebestrijding gaat. Ze erkent daar ook de baten die een aanpak op maat hebben en beklemtoont de noodzaak van een geïntegreerde aanpak: ook kwalitatieve huisvesting, betaalbare energie, toegankelijke gezondheidszorg, laagdrempelige administratieve procedures worden aangehaald als noodzakelijk voorwaarden voor een degelijke armoedeaanpak.

Een geïntegreerde aanpak is trouwens een sleutelkenmerk van dit pakket: de objectieven worden telkens breed gedocumenteerd met statistische gegevens, goede praktijken en studies van onafhankelijke experten. Het betreft dus wel degelijk uitgewerkte voorstellen die verder gaan dan mooie woord- objectieven. Overkoepelende doelstelling is een verhoging van de duurzaamheid en de adequaatheid van de sociale systemen in de verschillende lidstaten. Bevoegdheid blijft dus bij de lidstaten zelf, de Commissie heeft een ‘ondersteunende rol’.

Die ondersteunende rol wordt uitdrukkelijker wanneer men het hoofdstuk rond het verhogen van de efficiëntie van het gebruik van het Sociale Fonds en de Europese Regionale Fondsen leest. Deze Fondsen gaan door de lidstaten prioritair moeten gehanteerd worden om de EU2020 doelstellingen te behalen. Gebruikscriteria en de monitoring gaan strenger worden, de administratieve procedurelast zou daarentegen sterk vereenvoudigd worden. Sociale investeringen zoals microkredieten, sociaal ondernemen en sociale innovatie worden extra gestimuleerd evenals kwalitatieve leefomgevingen.

De Commissie brengt tegen de zomer hierover een aparte aanbeveling uit.

In vergelijking met de ofwel wollige (cf oa Europees Platform tegen Armoede) ofwel ‘individuvreemde’ (cf flexicurity verhaal) Europese sociale beleidsvoorstellen die we het laatste decennium te verteren kregen, is dit pakket inhoudelijk een verademing en een degelijk fundament voor een sociaal investeringsbeleid.

Het Sociale Investeringspakket:
op wetgevend vlak momenteel een lege doos

Ik hanteer al enkele keren nadrukkelijk het adjectief ‘inhoudelijk’.

Het Sociale Investeringspakket is namelijk gewoon een Mededeling van de Commissie, dus een niet bindend document . Dit betekent dat hier geen enkel bindend gevolg qua wetgeving voor de lidstaten aan vasthangt. Geen sancties voor de lidstaat die beslist om al deze goede inhoudelijke raad van de Commissie in de wind te slaan. Geen sanctie voor een lidstaat die de ‘mini-jobs’ van Duitsland als nieuwe activeringsnorm zou hanteren. Het ‘Pakket’ is namelijk geen ‘Pact’ zoals het Begrotingspact er wel één is.

Het is één grote uitspreiding van goedbedoelde sociale beleidsideeën, die op zich dus niets zullen veranderen aan het individuele sociale beleid van de lidstaten, laat staan een aanzet zouden zijn voor een kwalitatief sociaal gemeenschappelijk Europees beleid.

Wanneer men dit document leest, heeft men dit niet-bindende karakter echter niet door, of op zijn minst, men leest tussen de lijnen de mogelijkheden om uit deze goedbedoelde voorstellen wetgeving te distilleren.

Zo kan men binnen de Europees Semester-indicatoren ook een aantal noodzakelijk aanwezige sociale investeringen opnemen. De Commissie kan hierover dan ook aanbevelingen doen, net zoals ze deze rond begrotingsdiscipline met gretigheid doet.

Men kan, zonder veel wettelijke procedures beslissen om, in tijden van besparingen en het moeilijk halen van de 3% begrotingsschuld-norm, beslissen om overheidsuitgaven voor bepaalde sociale investeringen niet te moeten opnemen in de 3%-berekening. Een voorbeeld: investeringen van een lidstaat in kinderopvang worden vrijgesteld van opname in de begrotingsboekhouding.

Uit de eerste hoorzittingen met de Commissie-penhouders van het SIP blijkt echter dat DG Ecofin nauwgezet toekijkt dat DG Sociale Zaken zich ver houdt van elke interferentie met ‘haar’ ‘economic governance’ beleid. DG Sociale Zaken mag niet over economische groei spreken, laat staan dat het een bindend document zou uitbrengen waar een kwalitatief sociaal beleid vertrekpunt zou zijn om een ‘hoe geraken we uit de crisis-economisch model’ uit te werken. Ook de lidstaten waren tegen een bindend document, vanuit de gekende conservatieve subsidiariteitsstuiptrekking.

Dit betekent niet dat dit een doodgeboren document is. De Commissie geeft zelf toe dat dit SIP-idee moet groeien, dat het wat tijd nodig heeft om in te schatten hoe omvangrijk de (wetgevende) gevolgen kunnen/mogen zijn.

De sense of urgency is binnen bepaalde beslissingsregionen van de EU duidelijk nog niet hoog genoeg. Philippe Askenazy zei vorige week tijdens een seminarie van Etui dat er daar nog 2 miljoen Europese werklozen meer voor nodig zijn. Een verloren generatie jeugdwerklozen, EU-lidstaten die ontwikkelingsland worden: DG Ecofin, de Ecofin Raad en de Eurogroep hebben wel wat meer nodig om te beseffen dat enkel een sociaal beleid dat een zelfde wettelijk en politiek belang toegeschreven krijgt als het economische beleid een keerpunt binnen deze crisis kan betekenen.

Sofie Put

 

Milieusubsidies voor gemeenten nemen af

De samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 tussen gemeente/provincie en de Vlaamse overheid loopt dit jaar af. Er komt een nieuwe milieuconvenant ter waarde van 9 miljoen euro, te verdelen over de gemeenten die hiervoor concrete projecten indienen. De projecten moeten bijdragen tot de realisatie van zes Vlaamse en Europese doelstellingen. Met de huidige samenwerkingsovereenkomst is een bedrag van 23,3 miljoen euro gemoeid.

Vooraf werd gezegd dat alle middelen van de samenwerkingsovereenkomst naar de aanleg en het onderhoud van rioleringen zou gaan. Het ACW is opgelucht dat er toch opnieuw een milieuconvenant komt, al zijn de middelen beperkter dan vroeger.

milieusubsidiesDe Samenwerkingsovereenkomst is een vrijwillige overeenkomst die een gemeente of provincie afsluit met de Vlaamse Overheid over milieu. In ruil voor het uitvoeren van een aantal acties krijgt een gemeente/provincie financiële en inhoudelijke ondersteuning van de Vlaamse Overheid. De gemeente kan zelf kiezen welk ambitieniveau ze wil te behalen: het basis- of het onderscheidingsniveau. Hiernaast bestaat de mogelijkheid een aantal milieu- of natuurgerelateerde projecten uit te voeren. Voor 2013 is er voor de samenwerkingsovereenkomst milieu een som van 23,3 miljoen euro beschikbaar, waarvan 12 miljoen voor de gemeenten (basis- en onderscheidingsniveau). Voor de projecten zijn er dit jaar geen middelen vrijgemaakt. 272 gemeenten hebben zich ingeschreven op het basisniveau en 197 gemeenten op het onderscheidingsniveau. Een twintigtal gemeenten heeft de samenwerkingsovereenkomst nooit ondertekend.

Ter voorbereiding van de hervorming van de samenwerkingsovereenkomst liet de Vlaamse regering een studie uitvoeren naar de impact van subsidies aan gemeenten en provincies door Studiebureau Tritel. De studie gaat niet alleen over de samenwerkingsovereenkomst, maar over alle subsidies van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE): in totaal 300 miljoen euro, of 4% van de inkomsten van gemeenten. Tritel concludeert in de studie dat de ondersteuning van lokaal milieubeleid pas effectief is als het resultaatgericht is en dat wettelijke verplichtingen niet ondersteund moeten worden. Het effect van de subsidiëring van ambtenaren of instellingen zou beperkt zijn. Verder pleit het studiebureau voor een gerichte subsidiëring naar prioritaire doelstellingen van het leefmilieu- en natuurbeleid.

Tritel maakte een subsidiemodel op dat rekening houdt met drie types van gemeenten: achterblijvers, koplopers en middenmoters. Voor elk milieuthema kan een gemeente tot een ander type behoren. Er zijn verschillende subsidieniveaus. Het onderste niveau zijn de wettelijke verplichtingen. Daarvoor zou er geen subsidiëring meer zijn. Het tweede niveau is het BBC-milieusubsidiemenu dat moet bijdragen aan de prioritaire doelstellingen van LNE. Het derde niveau is dat van de innovatie- en transitieprojecten. Bij succes kunnen deze projecten een voorbeeld zijn voor andere gemeenten.

Het geld van het milieuconvenant 2008-2013 wordt vanaf 2014 als volgt aangewend:

  1. 1.9 miljoen euro blijft behouden voor het volgende milieuconvenant met de gemeenten en één miljoen voor de provincies;
  2. 2.ongeveer 3 miljoen wordt opzij gezet voor de minawerkers, die gefusioneerd zouden worden met de groenjobs en
  3. 3.het overige dient dan om uit te voeren wat in het witboek interne staatshervorming werd aangekondigd: om handhaving meer op Vlaams niveau te organiseren en om het subsidiebudget voor gemeentelijke rioleringen aan te vullen.

De 9 miljoen moet ingezet worden om met zeer concrete projecten op het terrein bij te dragen aan het bereiken van volgende Vlaamse en Europese doelstellingen:

  • De lokale overheid verlaagt de broeikasgas/CO2-uitstoot op haar grondgebied.
  • De lokale overheid verbetert de lokale leefkwaliteit door de luchtverontreiniging en geluidshinder van verkeer te verminderen en door plaatselijke milieuhinder door geluid, geur, licht, stof, … te verminderen.
  • De lokale overheid herstelt en versterkt de biodiversiteit door mee invulling te geven aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen.
  • De lokale overheid stimuleert milieuverantwoorde consumptie en duurzaam materialengebruik en neemt hierbij een voorbeeldrol op.
  • De lokale overheid beheerst het risico op overstromingen en wateroverlast, dan wel waterschaarste en droogte.
  • De lokale overheid beperkt de bodemerosie en de erosiegevoeligheid. (het bestaande subsidiereglement en -budget blijft bestaan)

Het ACW is er voorstander van dat de middelen zullen worden ingezet om ook lokaal de Vlaamse en Europese milieudoelstellingen te realiseren. Dat kan ervoor zorgen dat het lokale milieubeleid minder vrijblijvend is en meer resultaatgericht. Anderzijds is niet alles in meetbare resultaten te vatten. Intergemeentelijke samenwerking, of een lange termijnbeleid zou bijvoorbeeld een plus kunnen zijn die niet meteen in cijfers te vatten is. In de vorige samenwerkingsovereenkomst was duurzame ontwikkeling één van de 10 thema's. Dat thema verdwijnt volledig uit de milieuconvenant. Ook voor de subsidiëring van duurzaamheidsambtenaren is geen geld meer voorzien. Wat er zal gebeuren met de meer dan 100 duurzaamheidsambtenaren is niet duidelijk. Slechts een klein deel van hen zal wellicht aan de slag kunnen blijven. Dat is jammer, want in een aantal gemeenten slaagden die duurzaamheidsambtenaren er in om een meer integraal beleid duurzame ontwikkeling te voeren. Hopelijk zorgt de Beleids- en Beheerscyclus er voor dat dat integraal beleid mogelijk blijft. Gemeenten hoeven immers niet langer een apart milieubeleidsplan en milieujaarprogramma op te maken. Het milieubeleid hoort thuis in het algemeen beleidsplan van de gemeente.

Sara Ceustermans

Open brief over de GAS-boete

GASMinister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen heeft een wetsvoorstel ingediend voor een verdere versoepeling van de gemeentelijke administratieve sanctie (de GAS-boete). Ondanks veel protest vanuit middenveldorganisaties, juristen en academici, wil de minister hiermee doorgaan.Het wetsvoorstel is nochtans op tal van punten controversieel en de pijnpunten uit de bestaande wet worden hoegenaamd niet weggewerkt.

Zo wil de minister de leeftijd voor een GAS-boete verlagen tot 14 jaar. Tegelijkertijd blijft de definiëring van wat als overlast kan/mag beschouwd worden onduidelijk. In de praktijk heeft dit al tot willekeur geleid en dat zal ook zo blijven in de toekomst. Ook de dubbele rol van de bemiddelaars die zowel moeten bemiddelen als uiteindelijk de sanctie moeten bepalen, blijft bestaan.

De gemeenten hebben een informatieplicht ten aanzien van hun burgers, maar de wetgever vergeet dat het leven van mensen zich niet alleen in de eigen gemeente afspeelt. Hoe kunnen burgers, laat staan jongeren, weten wat het GAS-reglement is in naburige gemeenten ? Ook dit leidt tot heel wat rechtsonzekerheid.

Het ACW ondertekent deze brief omdat ze aansluit bij standpunten die we eerder hebben ingenomen. Al in de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 hebben we de gemeenten opgeroepen om hierover in dialoog te gaan met hun bevolking en samen met hen te bepalen wat wel en wat geen overlast is. Als ACW hebben we altijd gevonden dat gasboetes zinvol zijn voor kleine milieudelicten (afval, hondenpoep, kleine vormen van sluikstorten, …) maar niet voor het disciplineren van mensen (bv hangjongeren of hangouderen). Hiervoor zijn er andere middelen (niet om te disciplineren maar om hen een zinvolle plek in de samenleving te geven) die vandaag niet of bijna niet gebruikt worden (denk aan jeugdhuizen die geen subsidies meer krijgen, bv Lokeren).

Bovendien is het juridisch een twijfelbaar instrument. Enkel wie durft en geld heeft kan naar de rechtbank trekken om de gasboete te ontwijken (meestal krijgt hij/zij gelijk), maar hierdoor ontstaat klassejustitie.

Via een open brief roept het ACW, samen met tal van andere middenveldorganisaties de parlementairen op om de wet niet goed te keuren. De open brief is vanaf woensdag 24 april 2013 te lezen op onze website.

 

Pagina top 5

Wat is ACW ? (25226 views)
Herfst 2013 (21210 views)
Vacatures (16877 views)
Downloads (14298 views)

Contact opnemen

  • ACW algemeen secretariaat
    Postbus 20 - 1031 Brussel
    tel. 02 246 31 11
    e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Wegbeschrijving