The capability-benadering als antwoord op ongelijkheid

Sociale bewegingen zijn sterk in het aankaarten van problemen van gezinnen, van ouderen, van jongeren, van mensen met een andere geschiedenis, … Tegelijkertijd willen sociale bewegingen ook mee antwoorden formuleren op de vragen in de samenleving. We moeten op zoek naar nieuwe antwoorden op fundamentele maatschappelijke uitdagingen. De capability approach is er één van.

capability-approachOns maatschappelijk model is er gekomen als antwoord op problemen van de 20ste eeuw. Vandaag worden we geconfronteerd met nieuwe problemen. We twijfelen of nog de juiste antwoorden hebben. Kunnen we een antwoord geven op de stijgende ongelijkheid, de precarisering van mensen, de dualisering die onze samenleving treft, de stijgende intolerantie, de uitputting van grondstoffen, de voedselproblemen hier en in de andere werelddelen, de grote klimaatwijziging die ons te wachten staat, …

En hebben we dan een antwoord dat gebaseerd is op solidariteit, duurzaamheid en democratie als belangrijke waarden?

Deze vraag ligt aan de grondslag van de samenwerking tussen de Vlaamse en Franstalige christelijke werknemersbewegingen. Het resultaat is een structurele samenwerking rond de ‘allianties voor armoedebestrijding’. Als we armoede effectief willen bestrijden, dan hebben we nood aan een alliantie tussen sociale bewegingen, armoedebewegingen, lokale overheden, en alle andere krachten van de samenleving. We hebben dit idee onderzocht en uitgewerkt door middel van verschillende seminaries en conferenties.

Tegelijkertijd is het een zoektocht naar nieuwe antwoorden op fundamentele maatschappelijke vragen. Kan de capability approach, een model dat geïntroduceerd werd door Amarty Sen (Nobelprijswinnaar Economie), ons een richting van antwoord geven? We proberen de capability approach toe te passen op verschillende domeinen: duurzaamheid, economie, activering, welzijn en armoede. De capability approach slaagt er immers in de complexiteit van de actuele wereld te doen rijmen met een sterke basis van sociale rechtvaardigheid en een slagkrachtige democratie. Want ze vertrekt van de reële capaciteiten -de mogelijkheden- van individuen, groepen en organisaties en samenleving en biedt een antwoord op de grote vragen van vandaag.

De capability approach is een uitdaging voor alle sociale bewegingen om hun eigen verhaal opnieuw kritisch te herschrijven.

Voor meer info en voor het verslagboek van ACW en MOC: http://www.alliancestofightpoverty.wordpress.com


Sofie Put

Het derde klimaatbeleidsplan 2013-2020

Europa heeft in het kader van het verlengde Kyoto-protocol bindende doelstellingen aanvaard voor het verminderen van de CO2-uitstoot. Om tegen 2050 een vermindering van 80% te realiseren heeft ze een roadmap opgesteld. De lidstaten moeten aangeven hoe ze deze emissiereductie gaan realiseren. Vlaanderen heeft haar mitigatie- en adaptatieplan klaar.

klimaatVlaanderen moet zijn CO2-uitstoot tussen 2013 en 2050 jaarlijks met 4% verminderen. Niet weinig als je weet dat tussen 1990 en 2010 de uitstoot jaarlijks slechts met 0,12% verminderde.

Op korte termijn moet Vlaanderen zijn uitstoot met 20% verminderen, 20% hernieuwbare energie voorzien en 20% minder energie verbruiken, de befaamde 20%-20%-20% richtlijn. Om deze doelstellingen te halen, moeten alle Vlaamse ministers binnen hun beleidsdomein de nodige inspanningen doen. Deze worden samengebracht in dit derde klimaatbeleidsplan.

Mitigatie: maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen

Mobiliteit veroorzaakt 32% van de broeikasgasuitstoot. Het mobiliteitsplan Vlaanderen (nog in opmaak) zal o.a. maatregelen bevatten rond een gedifferentieerde kilometerheffing voor personenwagens, het STOP-principe en groene logistiek.

Gebouwen veroorzaken 38% van de uitstoot. Hier wordt sterk ingezet op het energiezuiniger maken van private gebouwen en overheidsgebouwen via allerlei stimuli.

Landbouw staat in voor 15% van de broeikasgasemissies, in dit geval vooral veroorzaakt door de veestapel. Nochtans is er vandaag geen beleid om de veestapel in te krimpen en zet men eerder in op zachte maatregelen om methaan- en lachgasemissies te reduceren. Daardoor voorspelt men nu al dat de emissies nog zullen stijgen.

De industrie (die buiten het emissiehandelssysteem valt) veroorzaakt 11% van de broeikasgasemissies. Hoofdmoot ligt bij de productie van F-gassen voor koelinstallaties. De minister wil in deze sector vooral de lekdichtheidsvereisten verstrengen zodat er minder broeikasgassen in de atmosfeer kunnen terecht komen. Ook in de industrie wordt nog een verdere stijging van de uitstoot verwacht.

De afvalsector staat in voor 4% van de broeikasgasemissies. Er zal vooral ingezet worden op een betere energierecuperatie van verbrandingsinstallaties.

Al bij al zullen ook de bijkomende maatregelen niet volstaan om de reductiedoelstellingen te halen en zal de Vlaamse overheid verplicht worden bijkomende emissierechten aan te kopen. Het ACW betreurt dat omdat deze middelen beter bijkomend kunnen geïnvesteerd worden in binnenlandse projecten. Bovendien is het vandaag moeilijk in te schatten in welke mate deze maatregelen ook op een sociaal-rechtvaardige manier worden doorgevoerd. Dat moet bij de concrete uitwerking veel meer worden bewaakt.

Naast mitigatie ook adaptatie: reageren om klimaatveranderingen tegen te gaan

Daarnaast heeft Vlaanderen ook een adaptatieplan moeten maken. Daarin geeft de Vlaamse overheid aan hoe ze zich zal voorbereiden om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen en de positieve effecten te benutten. In de praktijk komt dit neer op beter en duurzaam waterbeheer om overstromingen te voorkomen, op waarborgen voor kwaliteit van lucht en bodem, op meer en sterkere natuur, op betere kwaliteit van de wegeninfrastructuur om overtollig water of hitte te weerstaan, op verbetering van de zeewering, op meer duurzame landbouwtechnieken en meer duurzame visserij, … Herbebossing komt vreemd genoeg niet in het lijstje voor.

Sandra Rosvelds

Hoeveel mag je verdienen om een sociale huurwoning te kunnen huren?

socwoningDe Vlaamse regering wil de inkomensgrenzen voor het verhuren van een sociale woning verhogen. Op die manier vergroot de doelgroep die in aanmerking komt. Volgens het ACW zijn hier goede redenen voor, op voorwaarde dat het aanbod aan sociale woningen drastisch verhoogd wordt.

Vandaag kan je niet zomaar een sociale woning huren. Je moet immers beantwoorden aan een reeks voorwaarden: meerderjarig zijn, voldoen aan de inkomensvoorwaarde, voldoen aan de eigendomsvoorwaarde, voldoen aan de taal- of inburgeringsbereidheid, ingeschreven zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister.

Belangrijk zijn de inkomensvoorwaarden. Vandaag gaat het om:

  • 19.796 euro als je een alleenstaande bent zonder personen ten laste;
  • 21.455 euro als je een alleenstaande persoon met een handicap bent;
  • 29.694 euro, vermeerderd met 1.659 euro per persoon ten laste, in alle andere gevallen.

Dit lijkt veel, maar tegelijkertijd is dit bijzonder laag. Iemand die werkloos is en een job als beginner vindt, verdient reeds meer dan dit inkomen.

Daarom wil de Vlaamse regering de inkomensgrenzen met ongeveer 13% verhogen. Ze hebben daar goede redenen voor:

  • een aanpassing van de inkomensgrenzen aan de stijging van de reële lonen. De lonen zijn immers sterker gestegen dan de gezondheidsindex. Op tien jaar tijd zijn de inkomensgrenzen voor sociale woningen met 20 % gestegen, maar de lonen met 30 %;
  • hierdoor verliezen werkloze kandidaat-huurders hun recht zodra ze een job hebben gevonden;
  • met de huidige inkomensgrenzen worden woonblokken gecreëerd waar alleen nog mensen zonder een job wonen. Dat is niet goed voor de betrokkenen en bedreigend voor het maatschappelijk draagvlak van sociale huisvesting.

Het ACW ondersteunt deze maatregel omdat ze zowel het maatschappelijk draagvlak als het draagvlak binnen de woningcomplexen kan vergroten. Maar deze maatregel is voor ACW enkel mogelijk als het aanbod aan sociale huurwoningen drastisch vergroot. De 43.000 sociale huurwoningen die tegen 2023 klaar moeten zijn, moeten inderdaad gebouwd worden. Anders zal deze maatregel ten koste gaan van de zwakste huurders.

Daarom stelt het ACW voor dat de Vlaamse regering via een ‘volkslening’ de financiële middelen voor sociale huisvesting drastisch vergroot. Vlaanderen kan zo een echt antwoord geven aan mensen die wonen in nood.

Michel Debruyne

Verkiezingen in Israël: de sociaal-economische breuklijn van onder het stof?

Het leek er lange tijd op dat de Israëlische burgers minder belang hechten aan de sociaal-economische thema’s (de privatisering van de sociale zekerheid in Israël, de toenemende armoede), gezien de focus op de ‘externe’ vijand. Die gerichtheid vertaalt zich in een nederzettingen- en bezettingspolitiek en een verhoging van het defensiebudget. Het is niet duidelijk of de recente verkiezingen van 22 januari 2013 tot een overwinning van de gematigde krachten leiden dan wel tot een versterking van de rechtse fracties binnen het Israëlisch politiek bestel.

israel palestinaDe verkiezingsresultaten in Israël laten zich niet zo makkelijk analyseren. Precies over datgene wat de internationale gemeenschap bezig houdt – een pacificatie van het Israëlisch-Palestijns conflict in de vorm van een tweestaten-oplossing – valt weinig positiefs te concluderen. Maar weinig Israëlische politieke partijen lijken gewonnen voor het beëindigen van de nederzettingenpolitiek op de Westelijke Jordaanoever. ‘Vrede’ was tijdens deze campagne helemaal geen issue. De Palestijnen lijken dan ook de grootste verliezers van de Israëlische verkiezingen.

Er valt dan ook weinig positiefs te verwachten voor ‘de Palestijnse zaak’. Zowel ‘links’, ‘het centrum’ als ‘rechts’ lijken voorstander te zijn van het nederzettingenbeleid. De eerder tot het ‘centrum en linkse kamp’ behorende politici als Yair Lapid (van Yesh Atid of ‘Er is een Toekomst’) en Shelly Yachimovich (van de ‘Arbeiderspartij’) stellen de nederzettingen- en bezettingspolitiek niet fundamenteel in vraag. Zo verklaarde Lapid dat hij tegen een nederzettingenbouwstop is en Jeruzalem niet gedeeld wil zien. Ook hen valt er nauwelijks een kritisch woord over de discriminatie en het racisme tegenover de Palestijnse burgers van Israël (ook al hebben die het Israëlisch staatsburgerschap). Op dat punt lijkt er niet meteen sprake van een kenmerkende breuklijn.

Toch is er duidelijk een andere breuklijn: de sociale-economische as. Een eerste signaal van het sociaal-economische ongenoegen onder de Israëlische bevolking, viel te noteren in de loop van de zomer van 2011. Heel wat politieke partijen haakten in op de gebrekkige sociale agenda van premier Netanyahu. Zo waren het verhogen van de minimumlonen en de nood aan sociale woningen ook onderdelen van het electorale debat. Maar dat ongenoegen vond ook zijn oorsprong binnen de Israëlische samenleving zelf. De seculiere middenklasse stelde de uitzonderingspositie van de ultra-orthodoxe Joden aan de kaak: waarom geen legerdienst voor hen?

Hoe dan ook, de sociaal-economische agenda heeft zijn effect op het verkiezingsresultaat niet gemist. Er is zelfs sprake van een ‘politieke dichotomie’ in de persberichten: de verkiezingen hebben geresulteerd in een krappe (ultra)rechtse meerderheid van 61 zetels tegenover een centrum-linkse oppositie van 59 zetels in de Knesset. De vraag is echter: is een linkse sociaal-economische agenda een verklaring voor het verkiezingsresultaat? Het enige wat voor een stuk uit de uitslag valt af te lezen, is dat de partijen die in hun programma opkwamen tegen de crisis die de Joodse bevolking treft en het 'Palestijns probleem' naar de achtergrond verwezen, aan de winnende hand zijn. Toch kan er nu niet simplistisch geoordeeld over het ‘linkse’ karakter van die partijen. Want het solidariteitsvraagstuk in deze verkiezingen is ook gebaseerd op het intern ongenoegen over de ongelijk verdeelde lasten.

De sociale agenda speelde in deze verkiezingen een rol. Moeten we daar als ACW en ACV tevreden mee zijn? Enerzijds wijzen we als sociale beweging op het belang van een sociale, rechtvaardige agenda. Anderzijds stellen we vast dat volwaardige solidariteit met de Palestijnen nooit een vraagstuk is geweest van de Israëlische politiek, ook in deze verkiezingen niet. Meer nog, de solidariteit met de armere Israëli’s werd niet in de weegschaal gelegd.

Renaat Vandevelde

 

Maatwerkdecreet moet kansen bieden aan (aller)zwaksten op de arbeidsmarkt

De sociale economie in Vlaanderen wordt grondig hervormd. Doel is om de sector op te delen in twee pijlers: het collectief maatwerk en de lokale diensteneconomie. Voor het collectief maatwerk keurde de Vlaamse regering onlangs een ontwerpdecreet goed. Hieronder geven we een korte beoordeling aan de hand van de drie grote doelstellingen van dit ontwerpdecreet.

maatwerkdecreetWerk en ondersteuning op maat

Een eerste betrachting van het maatwerkdecreet is om personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt werk te bieden met een ondersteuning op maat. Personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt ervaren (een aantal) drempels die het hen moeilijk maken om te werken, zoals een fysieke handicap, het ontbreken van geschikte competenties of een psychisch probleem. Het onderscheid tussen beschutte werkplaatsen en sociale werkplaatsen vervalt.

Via deze afstand tot de arbeidsmarkt zal bepaald worden op welke loonpremie en omkadering iemand recht heeft. Het bepalen van die afstand en dus van een werkondersteuningspakket (WOP) gebeurt door de VDAB en haar partners. Daarom is het belangrijk dat ook dat de toewijzing van dit WOP op een objectieve en efficiënte manier gebeurt. Het kan niet de bedoeling zijn dat personen ellenlange procedures moeten doorlopen om hun afstand en hun WOP te kennen. Hiervoor hebben VDAB en haar partners voldoende middelen en mensen nodig.

Collectieve inschakeling

Ondersteuning bieden aan organisaties die personen met een grote afstand collectief willen tewerkstellen, is een tweede doelstelling van dit maatwerkdecreet. Collectieve tewerkstelling houdt in dat enkel organisaties die meer dan 5 doelgroepwerknemers (uitgedrukt in voltijdse equivalenten) tewerkstellen, ondersteuning kunnen krijgen binnen het maatwerkdecreet.

In het maatwerkdecreet wordt trouwens een opdeling gemaakt tussen maatwerkbedrijven (de huidige sociale en beschutte werkplaatsen) en maatwerkafdelingen (de invoegbedrijven van vandaag). Maatwerkbedrijven leggen zich volledig toe op de inschakeling van personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Maatwerkafdelingen daarentegen, nemen deze personen wel in dienst, maar behouden een andere activiteit als hoofdbezigheid.

De maatwerkbedrijven zullen ook in de toekomst het overgrote deel van werknemers in de sociale economie werk verschaffen. Een goede zaak, want zij bezitten nu reeds veel kennis en expertise op deze domeinen. Positief is ook dat zij onder het statuut van VZW of VSO (vennootschap met sociaal oogmerk) zullen moeten opereren. Dit moet een sociaal ondernemerschap waarborgen. Toch zullen we wel de positie van de allerzwaksten in de sector moeten bewaken. Het ontwerpdecreet biedt vandaag immers te weinig garanties op dit vlak.

Werken aan competenties in functie van doorstroom

Een derde doelstelling van het maatwerkdecreet is het stimuleren van doorstroom. Doorstroom naar een job die niet of veel minder wordt gesubsidieerd. Deze doelstelling zorgt voor heel wat discussie. En terecht, want vandaag stelt deze doorstroom in de sociale economie niet veel voor. Er zullen dus serieuze inspanningen moeten gebeuren, wil men hier tot verbetering komen. Het stemt dan ook tot nadenken dat voor deze doelstelling eigenlijk nog geen middelen zijn gereserveerd.

Om doorstroom te stimuleren, wil men werken aan competenties (bv. via persoonlijke ontwikkelingsplannen) en doorstroomstages inrichten. Maar van cruciaal belang is ook dat reguliere werkgevers bereid zijn doorstromers uit de sociale economie een kans te geven. We dagen de werkgeversorganisaties uit om hun leden op dit vlak te stimuleren. Zij zijn het immers die het belang van doorstroom keer op keer met vet onderstrepen.

Daarnaast belooft ook het ontbreken van een kader voor individueel maatwerk weinig goeds op het vlak van doorstroom. Dit individueel maatwerk moet ervoor zorgen dat personen die doorstromen vanuit de sociale economie, hun koers niet meteen verliezen in de woelige wateren van het reguliere circuit. Ook in deze reguliere context is er dus nood aan ondersteunende maatregelen. Het is hier echter wachten op minister Muyters die al enkele keren aankondigde werk te willen maken van zo’n kader. Zolang dit kader er niet is, zal van doorstroom wellicht niet veel in huis komen.


Conclusie: het ontwerpdecreet maatwerk is een veelbelovende stap in de richting van een goed werkend kader voor de collectieve inschakeling van personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het werk is echter verre van af en er blijven heel wat aandachtspunten. Het Vlaams ACV blijft dit dossier dan ook van dichtbij opvolgen. Wordt dus zeker vervolgd.

Dit ontwerpdecreet krijgt nu de nodige adviezen en wordt nadien in het Vlaams Parlement behandeld.


Stijn Gryp

De overheid moet van kinderopvang een prioriteit maken

De onthaalouders voeren opnieuw actie voor een beter statuut. Onthaalouders krijgen nog altijd geen loon, maar een onkostenvergoeding. Netto houden ze hier 3 euro per uur aan over. Ze krijgen geen dertiende maand, geen eindejaarspremie. Onthaalouders hebben een armzalig pensioen en een beperkt ziekteverlof. Niet verwonderlijk dat hun aantal terugloopt.

kinderopvang
Zowel het ACW als de vrouwenbeweging Femma en de vakbond LBC-NVK vragen al jaren aan de overheid om te investeren in voldoende, kwaliteitsvolle en voor elke ouder toegankelijke kinderopvang. Een deftig statuut voor de onthaalouders maakt hier deel van uit. Wij vinden het niet normaal dat er anno 2013 nog altijd onvoldoende kinderopvangplaatsen zijn. Kinderopvang is essentieel voor de emancipatie van vrouwen. Kinderopvang moet een prioriteit zijn voor een maatschappij die pretendeert de gelijkheid van vrouwen en mannen hoog in het vaandel te dragen. En de onthaalouders, hoofdzakelijk vrouwen, moeten dezelfde rechten krijgen als alle andere werknemers.

Femma

Sociale rechten steeds meer automatisch toegekend

Het principe van automatische toekenning van sociale rechten werd recent beslist. Dat geldt intussen voor vele rechten, nog niet voor alle. En de vlieger gaat voorlopig maar op zolang er geld is.

Eind januari 2013 onderschreef de volledige Vlaamse regering het principe om sociale rechten automatisch te laten toekennen aan de burger die er recht op heeft. Voor een aantal vakministers is dit een serieuze uitdaging, anderen zetten al concrete stappen. Zo krijgen mensen die minstens vijf jaar op de wachtlijst staan voor een sociale woning, vandaag al automatisch een huurpremie. Zo ontvangt de burger op z’n 65ste verjaardag een gratis Omnipas 65+ van De Lijn. Onze elektriciteitsfactuur voorziet voor elk een portie ‘gratis’ elektriciteit. En zo kunnen we nog vier voorbeelden geven.

automatischrecht

Sociale rechten komen niet altijd toe bij diegenen voor wie ze bedoeld zijn

Maar voor heel wat tegemoetkomingen moet je zelf de stap naar de overheid zetten. De (Vlaamse) sociale bescherming is best versnipperd. Welke rechten heb ik? Waar moet je een bepaald recht aanvragen? Met welke papieren moet je je recht bewijzen? Vaak worden onvolledige aanvraagdossiers ingediend, waardoor pas na een aantal heen-en-weer brieven, in een administratief taalgebruik, het recht toegekend wordt. De zwaksten verliezen zich vaak in deze complexiteit en geven het voortijdig op. Zelfs de bekende school/studietoelagen kampen met een hardnekkige non-take-up. Dit ondanks de inzet van gerichte campagnes naar o.a. intermediairs, zoals bv. het ACW en zijn deelorganisaties. Het is pijnlijk te moeten vaststellen dat de sociale bescherming onvoldoende zijn werk doet in de strijd tegen de armoede.

Automatisering = je rechten worden je vanzelf toegekend

Om het sociaal vangnet sluitend te maken, keurde de Vlaamse regering een resem acties goed. De automatiseringsbelofte geldt eveneens voor alle nieuwe sociale rechten. Idealiter zal de burger dus geen enkele stap meer hoeven te zetten om zijn sociaal recht op te nemen.

Wat o.a. op stapel staat: wie ingeschreven is bij de VDAB als werkzoekende, kan de kosten voor kinderopvang of opleiding terugbetaald krijgen. Wie zijn kindje toevertrouwt aan een gesubsidieerde kinderopvang zal zijn aanslagbiljet personenbelasting niet meer moeten geven en krijgt dus automatisch het tarief overeenkomstig het gezinsinkomen. Het aanvraagformulier voor maandelijkse tegemoetkoming voor kosten van niet-medische hulp en dienstverlening van zwaar zorgbehoevenden vervalt. Automatisering komt dus elke burger ten goede, niet enkel de kansarme.

En nu met de voeten op de grond: automatisering … als er geld is

Bij dit hoera-verhaal dienen twee kanttekeningen geplaatst te worden.

Het engagement van de vakministers blijkt niet verder te gaan dan hun budgettaire mogelijkheden. Meteen het excuus om ter plaatse te trappelen. Automatisering doorvoeren gaat immers gepaard met duur (geld en tijd) voorbereidend onderzoek en ICT-testen terwijl tegelijkertijd ook nog het bestaande systeem moet blijven draaien. Dat Minister Lieten de voortgang jaarlijks zal monitoren, zal wellicht een onvoldoende stok achter de deur zijn om snel tastbare resultaten te boeken.

En de praktijk zal uitwijzen dat het niet altijd haalbaar is om automatisch alles toe te kennen. De redenen hiervoor zijn: informatie kan niet altijd uit externe databanken gehaald worden, er is geïndividualiseerd onderzoek nodig of de betalingswijzemoet nog geverifieerd worden. Minister Lieten dringt daarom aan op verregaande administratieve vereenvoudiging.

Een voorbeeld van dergelijke proactieve dienstverlening zit in de pijplijn bij de afdeling school/studietoelagen. Vanaf 2014 gaat men gezinnen die vorig jaar een toelage kregen, automatisch screenen of ze nog steeds recht hebben. Een aanvraagformulier moet dan niet meer opgestuurd worden. Tenzij een gezin geen gebruik wenst te maken van dergelijke proactiviteit. Dat mag natuurlijk ook.

Lut Maertens

 

Pagina top 5

Wat is ACW ? (25198 views)
Herfst 2013 (21199 views)
Vacatures (16833 views)
Downloads (14263 views)

Contact opnemen

  • ACW algemeen secretariaat
    Postbus 20 - 1031 Brussel
    tel. 02 246 31 11
    e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Wegbeschrijving