Beste geliefde Bruispluslezer/lezeres

Vandaag krijg je in je mailbox een nieuwe Bruisplus. Niet meer in je brievenbus thuis. Daar hebben we het de voorbije maanden lang over gehad met heel veel betrokken medewerkers. En telkens ging het over een grote spagaat: er zijn onze krimpende financiële middelen én er blijft onze belangrijke opdracht om het plaatselijk bewegingswerk zo veel mogelijk te ondersteunen. Hoe dan ook, we beloven jullie in je dagdagelijks ACW-werk te blijven ondersteunen. Daarom gaan we door met Bruisplus, niet in print, wel digitaal.
 
Bruisplus krijg je de volgende maanden vier keer in je mailbox: vandaag, eind januari, en dan ook nog in maart en mei. Telkens proberen we onze eigenste ACW-bewegingskalender als maatstaf te nemen. We hopen dat we er in de periode van belangrijke ACW-ankerpunten staan met voldoende en nieuwe ACW-inspiratie.
 
We zullen telkens met vijf rubrieken werken: een korte intro, ‘aan de slag’ met informatie rond onze ACW-ankerpunten (trefmomenten, RN, …), een stevig dossier mét aandacht voor hoe we dit in ACW kunnen invullen, ‘de praktijk aan het woord’ en ‘goed om weten’.

We nodigen jou als ACW-spilfiguur uitdrukkelijk uit om met ons in gesprek te gaan: laat weten wat je van onze informatie vindt, wat je anders wil, hoe jij het ACW-werk concreet invult, welke bijzondere dingen uit je ACW-werk je graag wil sharen met andere ACW-vrijwilligers, …


AAN DE SLAG

Met trefmomenten

Het begin van een nieuw jaar is het moment bij uitstek om stil te staan bij wat voorbij is, om vooruit te blikken en om elkaar het allerbeste te wensen. Dat doen vele ACW-kernen jaarlijks tijdens het trefmoment, een informeel netwerkgebeuren met een tikkeltje meer.

Informeel

We vergaderen al te veel in de Beweging. We moeten meer doen, buiten statuten, beslissingen en verslag. Gewoon om te praten met elkaar, om het glas te heffen of om te feesten. Akkoord, je wordt geen vrijwilliger in een organisatie enkel omwille van de sfeer. Maar wie een aangename, waarderende sfeer ervaart, zet zich graag intenser en langer in. Vrijwilligers verdienen sowieso onze waardering, ook in deugddoende initiatieven.

Netwerk

We nodigen breed uit voor het trefmoment. We beginnen met de voortrekkers van de plaatselijke afdelingen, kernen en groepen van ACW, CM, ACV, KWB, Femma, Okra, KAJ, Pasar, Wereldsolidariteit en Ziekenzorg. Ook beroepskrachten van de Beweging zijn van harte welkom: de begeleiders van de afdelingen en de dienstverleners in de gemeente (ACV, CM, Familiehulp,…) en ook personeelsleden die in de gemeente wonen en op het verbondssecretariaat of ‘in Brussel’ werken. Vrijwilligers die meewerken in werkgroepen en projecten evenals ‘gelegenheidsmedewerkers’ vergeten we niet (bv. mensen die schrijven voor de plaatselijke nieuwsbrief, mensen die meewerkten aan de prioriteitennota voor de gemeenteraadsverkiezingen, mensen die praktische hand- en spandiensten leveren, …). Mensen die op beleidsvlak het ACW-project verdedigen zijn uiteraard ook welgekomen: ACW-mandatarissen, ACW-kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen (niet-verkozenen niet vergeten), onze vertegenwoordigers in de gemeentelijke adviesraden, politici van democratische politieke partijen waarmee we goed samenwerken voor sociale dossiers.

Naast het intern netwerk spreken we ook ons extern netwerk aan: andere organisaties uit het middenveld die voor dezelfde doelen gaan en/of met wie we concreet samenwerken voor initiatieven en acties. Elke ACW-afdeling heeft zo haar eigen extern netwerk. Vooral andere middenveldorganisaties maken er deel van uit: Wereldwinkels, Gezinsbond, jeugdbewegingen, organisaties rond armoede, organisaties rond scholen, de Fietsersbond,… Ook de lokale perscorrespondenten horen erbij. Al deze mensen nodigen we, met hun partners, graag uit met een aantrekkelijke uitnodiging.

Tikkeltje meer

Als ACW-ers samenkomen is er altijd wel een agenda, een thema, een dossier. Het gaat ergens over. Zo ligt het voor de hand dat er op de trefmomenten van 2013 gesproken wordt over de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2012. Er is stof genoeg: de prioriteiten(nota), de verkiezingsuitslag, de nieuwe coalitie, de (nieuwe) ACW-mandatarissen, het bestuursakkoord, de beleids- en beheerscyclus die in 2013 opstart, …
 
Ook een onderwerp, project of een samenwerkingsverband waaraan de afdeling hard werkt kan ‘getoond’ worden tijdens het trefmoment. Zo kan een trefmoment soms plaatsvinden in (beroeps)scholen, in welzijnsinitiatieven of sociale werkplaatsen, bij verenigingen waar armen het woord nemen of in buurten of op pleinen waar actie gevoerd wordt rond een aspect van ruimtelijke inrichting. Thema’s kunnen ook gelanceerd worden tijdens het trefmoment.
 
Omdat vele afdelingen in 2013 wellicht meewerken aan het ACW-project verkeersleefbaarheid, kan het trefmoment aangegrepen worden om alvast wat uitleg te geven aan de brede achterban. Tegelijkertijd kun je mensen oproepen om er aan mee te doen.

Soms sluit het thema ook aan bij de sociale prijs of de prijs van de vrijwilliger die in een aantal afdelingen traditioneel wordt uitgereikt op het trefmoment.

De inhoudelijke insteek wordt op het trefmoment doelbewust beperkt gehouden. Er moet voldoende ruimte zijn voor een gezellige babbel, al dan niet met een streepje (live) muziek op de achtergrond of een ander brokje cultuur ergens in het programma. Aan een lekker hapje en drankje mag het uiteraard niet mankeren.



DOSSIER TRANSITIE: 'Wat is er aan de hand met ons klimaat ?'

Je hebt er zeker al over gehoord: de opwarming van de aarde is bezig en de klimaatverandering is daar een gevolg van. Maar wat betekent dat nu, voor het klimaat, voor het milieu en voor de mensheid?

Kort en bondig: omdat we met zijn allen wereldwijd te veel broeikasgassen uitstoten, kunnen de natuurlijke CO²-vreters, zoals bossen en oceanen, de CO² niet meer afbreken. Deze stapelt zich dus op hoog in de lucht en legt zo een dikke deken rondom de aarde waardoor de warmte moeilijker wegkan en de aarde opwarmt. De vooruitzichten gaan uit van een opwarming van minstens 2 graden. Niet veel, zie ik je denken, maar vergis je niet. Jill Peeters, weervrouw bij VTM, zei ooit dat omgekeerd, een afkoeling van gemiddeld 4 graden ons terug in de ijstijd zou brengen.

 

Die opwarming wordt in hoofdzaak veroorzaakt door het overmatig gebruik van olie en gas. Heel ons economisch systeem is gebaseerd op olie en gas, zowel voor de aandrijving van machines, voor het transport van mensen en goederen als voor de productie van elektriciteit en het verwarmen/afkoelen van gebouwen. Tonnen CO² worden op die manier elke minuut de lucht ingepompt. Maar ook andere gassen zijn mede verantwoordelijk, zoals bv. methaangas (zit in de ‘uitlaat’ van runderen) en lachgas.

 

De opwarming van het klimaat zorgt er voor dat de winden veranderen (El Niño en El Niña), met meer en krachtigere stormen en orkanen tot gevolg, zorgt er voor dat de oceanen warmer worden (met smelting van poolijs tot gevolg), dat de fauna en flora in de war geraakt (met verlies aan biodiversiteit tot gevolg), dat de aarde uitdroogt en minder vruchtbaar wordt (met minder drinkbaar water en slechte oogsten tot gevolg).

 

In eigen land zal deze opwarming van het klimaat zich vooral uiten in meer wolken en minder zonneschijn, in hevigere regen- en sneeuwbuien (met overstromingen tot gevolg) en in meer en langere hittegolven. 

 

Dit heeft niet alleen gevolgen voor het milieu, maar het zal ook zware economische gevolgen hebben. Economen hebben berekend dat als we niets doen, de kosten vijf keer hoger zullen zijn dan wanneer we vandaag wel beginnen investeren in een koolstofarme economie. Nu al leidt de klimaatopwarming tot mislukte oogsten (de VS heeft de droogste zomer in decennia achter de rug) waardoor de voedselprijzen stijgen, alsook het aantal ondervoede mensen.co2lager

 

Maar niet alleen het klimaat lijdt onder ons westerse consumptiemodel: de grondstoffen (zware metalen, edelmetalen, gas, olie,…) worden in sneltempo opgebruikt, lucht en water worden sterk verontreinigd (bv. door ontginning van mijnen, door lozing vervuild water,…), ecosystemen en natuurgebieden worden vernield (bv. voor de kweek van garnalen). Hierdoor neemt de beschikbaarheid van drinkbaar water af en gaat opnieuw biodiversiteit verloren. Naarmate grondstoffen schaarser worden (zoals bv. gas en olie) zullen ze ook duurder worden, wat dan weer zijn weerslag zal hebben op de prijzen van voedsel en goederen.

 

We staan dus voor een bijzonder grote uitdaging in de geschiedenis van de aarde, op ecologisch, economisch en sociaal vlak. We moeten de omslag/transitie naar een  koolstofarme economie maken om een nog verdere opwarming van de aarde te voorkomen.

Deze omslag zal op alle domeinen moeten gebeuren, zowel in het energiesysteem, in het transport, in de voedselproductie als in de manier van goederen produceren en consumeren. Wetenschappers rekenen ons voor dat we tegen 2050 85% à 90% minder CO² moeten uitstoten.

Hoe kunnen we de transitie naar een duurzame economie maken ?

De inzichten zijn uiteraard niet nieuw. De eerste verontrustende geluiden dateren al van de jaren ‘70. Maar de ernst en de omvang lijken nu pas door te dringen tot de politici en tot de bevolking. De Europese Commissie heeft op dit vlak het voortouw genomen en verplicht alle lidstaten tegen 2020 20% minder CO² uit te stoten, 20% minder energie te verbruiken en 20% hernieuwbare energie te voorzien. Dit moet trouwens niet gezien worden als een eindpunt, maar slechts als tussenstap op weg naar 40% en 80% reductie van de CO²-uitstoot.

smogDe uitdagingen zijn gekend, de meeste remedies ook. Het is vooral de omzetting naar de praktijk die moeizaam verloopt. Een systeem veranderen doe je niet in 1-2-3. Het eerste systeem dat moet veranderen is ons energiesysteem. Vandaag zijn we afhankelijk van kernenergie, olie en gas, zowel voor de opwekking van elektriciteit, voor het aandrijven van machines als voor de mobiliteit en het verwarmen van gebouwen. Dat moeten we veranderen richting meer wind- en zonne-energie, biomassa en geothermische energie.

Ook de manier waarop we ons verplaatsen moeten we veranderen, door minder CO²-uitstotende auto’s, boten en vliegtuigen te maken, maar ook door minder te rijden, te varen en te vliegen. Anders worden de resultaten van zuiniger auto’s teniet gedaan door het hoger aantal kilometers.

Verder moeten we in de toekomst een ander soort huizen bouwen (energieneutraal), op een andere manier voedsel produceren (meer lokaal en seizoensgebonden), etc. om de doelstellingen te halen.

De Vlaamse, federale en Europese overheden hebben al heel wat inspanningen gedaan (premies, strengere normen, …), maar tot op vandaag nog met beperkt resultaat. Het is te zeggen, zonder de uitstoot van CO² en andere vervuilende stoffen noemenswaardig te hebben verminderd. Erger nog, prognoses geven aan dat als we geen extra inspanningen doen in eigen land, de CO²-uitstoot nog lichtjes zal toenemen.

Om echt te kunnen omschakelen naar een duurzame en koolstofarme samenleving moet iedereen inspanningen doen : de bedrijven in de manier van produceren en omgaan met afval, de overheid via effectieve maatregelen en meer milieufiscaliteit, de universiteiten door gericht onderzoek te doen en de burgers door het wijzigen van hun consumptie- en voedselpatronen.

En wat willen we met ACW?

Voor het ACW is het niet voldoende dat we omschakelen naar een koolstofarme economie. Voor ons moet de transitie naar een duurzame en koolstofarme economie ook sociaalrechtvaardig zijn. Dat wil zeggen dat er van meet af aan aandacht moet zijn voor de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de maatregelen, dat er aandacht moet zijn voor de omscholing en vorming van werknemers naar het nieuwe type bedrijven en jobs. Dat de belastingen niet alleen milieuvriendelijk zijn, maar ook sociaal correct. Het doel moet een ecologisch duurzame en een sociaal rechtvaardige samenleving zijn en niet alleen een koolstofarme samenleving.


DOSSIER TRANSITIE: 'Een ecologisch duurzame én een sociaalrechtvaardige samenleving: hoe pakt ACW dat aan?'

Iedereen moet inspanningen doen: bedrijven, overheid, universiteiten, én ook verenigingen en burgers.

Het ACW wil bij al deze actoren pleiten voor een sociaal rechtvaardige aanpak. Ten aanzien van de bedrijven bepleiten we meer sociale dialoog, ook als het over deze thema’s gaat. Een bedrijf dat omschakelt naar minder vervuilende producten en productieprocessen moet zijn werknemers tijdig informeren en omscholen. Ten aanzien van de wetenschappelijke wereld bepleiten we meer inzet van mensen en middelen voor onderzoek dat ons vooruithelpt op dit pad. Ten aanzien van de overheid willen we maatregelen die milieuvriendelijk gedrag stimuleren en evenzeer rekening houden met de draagkracht van mensen. Mensen met een laag inkomen moeten ondersteund worden om hun woningen energie-efficiënter te maken, middenklasse-gezinnen moeten voldoende tijd krijgen om hun gedrag aan te passen en de nodige investeringen te doen. Premies en subsidies kunnen hier zeker toe bijdragen, maar moeten ook beoordeeld worden op hun effectiviteit.

Ook het verenigingsleven kan zijn steentje bijdragen in dit transitieproces. Door mensen in te lichten over andere denkwijzen en minder vervuilende gedragspatronen. Door samen te werken en de mensen te ondersteunen in hun zoektocht naar minder energievreters (via kennis, via dienstverlening, via gemeenschappelijke acties). Door bij de gemeente aan te kloppen en aan te dringen op acties. Zo zou elke gemeente in België de burgemeestersconvenant moeten ondertekenen voor een klimaatneutrale gemeente, in navolging van de Limburgse gemeenten en enkele centrumsteden.

Suggesties voor plaatselijk duurzaam & sociaal rechtvaardig ACW-werk

1. Klein tuinieren kan leiden tot iets groots

veltwortelGroen in en rond je huis, daar houden we toch allemaal van? Maar dat groen kan meer zijn dan versiering, het kan ook zeer lekker en gezond zijn! Eigen tomaatjes in een pot op jouw terras, verse boontjes in je moestuin, zelf kruiden en vergeten groenten kweken: lekker, gezond, duurzaam en goedkoop! Het kan, en meer en meer mensen kweken terug hun eigen groenten en fruit.

Wil je er zelf ook meer over weten?
Kijk eens op www.velt.be of ook in de boekhandel vind je een schat aan informatie over dit “kleine tuinieren” en mini-moestuinen.



Maar wat heeft dit allemaal te maken met onze basiswerking, met onze verenigingen en afdelingen?

Zelf aan de slag gaan in je pottentuin of moestuin lijkt in de eerste plaats een individuele bezigheid, maar niets is minder waar. Natuur en biodiversiteit naar de wijk en de buurt halen, heeft niets dan voordelen: voor de gezondheid, de sociale cohesie, het werkt ontspannend en het zorgt voor een prettige omgeving. Recent onderzoek toont trouwens aan dat meer groen in de stad heel wat besparingen aan zorgkosten kan opleveren. Het maakt mensen ook opnieuw bewust van de kwaliteit en de waarde van voedsel. Het creëert een draagvlak voor een groter bewustzijn over onze voedselproductie en ruimer over de klimaatverandering en de uitdagingen waarvoor we samen staan.

 

En zijn dit nu net niet de doelstellingen waar wij als ACW ook aan werken?

Wij voegen hier ook een sociale dimensie aan toe, denk maar aan de strijd tegen vereenzaming, nood aan betaalbare en gezonde voeding, werken aan goed samenleven,… In Vlaanderen en Brussel schieten stadsmoestuinen als paddenstoelen uit de grond, steeds meer mensen en groepen willen hiermee starten. Braakliggende stukken grond, pleinen en perkjes worden in gebruik genomen. Het gaat dus zeker niet alleen over “klassieke” volkstuintjes. De open ruimte wordt teruggegeven aan de mensen!

En wat blijkt, die nieuwe initiatieven slagen erin om een heel divers publiek aan te spreken. Hoger opgeleiden, jongeren, gezinnen, maar ook mensen die het moeilijker hebben en mensen uit verschillende gemeenschappen worden erdoor aangesproken. Ook in het buitenland zijn hiervan al heel mooie en creatieve voorbeelden te vinden. Er zijn zelfs hele steden en dorpen die omgetoverd worden in één grote moestuin! Todmorden in het Verenigd Koninkrijk is zo’n inspirerend voorbeeld.

 

Laat het duidelijk zijn: heel wat mensen willen opnieuw zelf de handen uit de mouwen steken.

Ze doen dit op een spontane manier, niet met klassieke vergaderingen of grote strategische nota’s, … Meestal zijn het slechts enkele mensen die de koppen bij elkaar steken en daarna … aan de slag! Door dit enthousiasme, dat erg aanstekelijk werkt, sluiten meer mensen zich hierbij aan. Mensen samenbrengen, verenigen, de handen uit de mouwen steken, … het zit allemaal in ons DNA. We moeten het alleen anders gaan aanwenden: kruisbestuiving tussen verschillende groepen zoeken, samenwerkingverbanden uitbouwen, eigen acties en initiatieven op touw zetten. Er is allicht binnen onze groep van vrijwilligers ook heel wat expertise te vinden die kan ingezet worden voor dergelijke initiatieven.

Maar spreken we deze mensen ook daarop aan? En het kan allemaal klein en lokaal starten. Onze beweging is de organisatie die individuen kan verbinden met de grotere uitdagingen op het vlak van klimaatverandering en dit op een sociaal rechtvaardige manier. Wij kunnen meewerken aan het noodzakelijke draagvlak. Door te starten in de eigen gemeenten, buurten en wijken. Door mensen samen te brengen, nieuwe groepen op te starten, ook moeilijker bereikbare groepen te betrekken, …
 

Zo kan klein tuinieren leiden tot iets groots!


Bertout Hellemansdoor: Bertout Hellemans
(ACW Mechelen)






 

2. Samen zelfoogsten

Fredrik Snoeck, actief op de dienst Onderneming van het ACV, is in zijn vrije tijd lid van het Wijveld, een zelfoogstboerderij op de rand van St. Amandsberg en Destelbergen, nabij Gent.

Op 500 m van zijn huis bewerkt boer Michiel een stuk landbouwgrond. Dit stuk grond is onderverdeeld in 56 bedden, waar telkens een andere soort groenten, fruit of kruiden wordt geteeld. Een 200-tal gezinnen zijn lid van zijn zelfoogstboerderij en mogen wekelijks het fruit en de groenten die rijp/oogstklaar zijn, komen oogsten. De leden krijgen wekelijks een mailtje met de boodschap welke groenten/fruit kunnen geoogst worden en hoeveel stuks elk gezin mag meenemen. De ene week is dat beperkt, maar bij overvloedige oogst kan dat ook veel meer zijn.

De groenten zelf zijn gratis, maar elk gezinslid betaalt wel een jaarlijks lidgeld. In het Wijveld is dat 200 € per volwassen gezinslid en 20 € per kind, vermenigvuldigd met de leeftijd. Fredrik zijn zoontje is 3, dus om een heel jaar verse en biologisch geteelde groenten te mogen oogsten, betaalt Fredrik zijn gezin 440 euro per jaar. Dit bedrag kan in één keer of in meerdere keren aan boer Michiel betaald worden. Deze weet zich verzekerd van een gegarandeerd inkomen (niet afhankelijk van de opbrengst van de oogst) en van een paar helpende handen. Want iedereen mag en kan mee de handen uit de mouwen steken op deze zelfoogstboerderij. Ook dat laat boer Michiel per mail weten, wanneer hij hulp nodig heeft en voor welke taken (bv. onkruid wieden, paaltjes slaan).

En voor Fredrik is dit een ideale manier om tot rust te komen.


door: Fredrik Snoeck (ACV)

 


DOSSIER TRANSITIE: 'ACW was actief trekker van het Transitiefestival op 26 oktober 2012'

andrewsimms
“Een crisis zoals we die nu meemaken en die ook de prijzen doet stijgen, doet mensen al hun eigen groenten kweken”, startte Andrew Simms, lid van de Britse denktank The New Economics Foundation, zijn toespraak op het Transitiefestival in Gent. Combineer die gedachte met de bekommernis voor een rechtvaardige en duurzame samenleving en je raakt al aardig in transitie-denken verzeild. Met dit artikeltje willen we alvast de toon aangeven…

 

Hit, oldie of evergreen

Transitie… Het lijkt een nieuwe hit, maar eigenlijk is het een oldie die wel eens tot evergreen kan uitgroeien. De eerste grote transitie dateert van de overgang van steenkool naar aardgas. Toen al was duidelijk dat zoiets met heel wat veranderingen gepaard gaat. En veranderingen, hoe noodzakelijk ook, jagen mensen schrik aan. De uitdagingen nu lijken niet alleen groot, ze zijn het ook.
 
Transitiesteden willen de lokale gemeenschap voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering, op stijgende olieprijzen en de omslag naar een koolstofneutrale samenleving. Maar wat het idee van Transition Towns zo inspirerend maakt, is dat dit niet noodzakelijk ontbering hoeft te betekenen. Een toekomst met aanzienlijk minder olie betekent bijvoorbeeld dat alles veel meer op lokaal niveau zal moeten gebeuren. Het gemeenschapsdenken wint aan kracht.
 
Het idee van Community Land Trusts is op eenzelfde ritme geschreven. De bewoner koopt enkel de woning, de grond blijft eigendom van de gemeenschap. Het concept is eind de jaren zeventig ontstaan in de Verenigde Staten. Duizenden gezinnen met een laag inkomen verwierven er via dit systeem al een eigen woning.
 
Opvallend is telkens dat de start door een kleine groep mensen, die zich heel bewust zijn van de ernst van de situatie, wordt gegeven. Bovendien vaak lokaal.

 

ACW kent de noten…

Wellicht beseffen we het niet, maar als beweging kennen we al de noten voor zo’n transitie-lied.
Zijn we immers niet wijd vertakt met vrijwilligersgroepen onder elke kerktoren? Kunnen we niet terugvallen op een uitgebreid netwerk van middenveldorganisaties? En hebben we het niet in de vingers om concrete experimenten of projecten op te starten? Want het hoeft allemaal zo groots niet te zijn.

Door spullen aan elkaar uit te lenen besparen we met z'n allen kostbare grondstoffen en energie die anders nodig zouden zijn voor de productie van nieuwe. Duurzamer dus én geld besparend. Er bestaan al tal van websites waarop je je kunt inschrijven om overbodige spullen te delen: www.spullendelen.nl, iedereen.ruiltmee.be, www.mijnruilwinkel.nl, www.stubooks.be

En wie een auto deelt, maakt met meerdere mensen gebruik van één auto. Jij gebruikt hem wanneer jij hem nodig hebt. Heb je hem niet nodig, dan kan iemand anders ermee op pad. Bezit is dus niet hetzelfde als gebruik. En dat is eigenlijk véél handiger…

Schrijf mee aan het transitie-lied

Onze sterkte is dat we lokaal verankerd zijn én veel mensen bereiken. Mensen die het gewoon zijn zich belangeloos in te zetten. Waarom zetten we dan niet in op concrete projecten: jij helpt me in de tuin, ik schilder je plafond. Of wat gezegd van spullen ruilen? Nu lopen die zaken vooral via het internet. Wij zijn sterk in lokale, sociale contacten. Afdelingen kunnen contactmomenten organiseren en een spreker vragen om het ruimere verhaal te duiden.

Grote veranderingen starten met kleine acties. Ga op zoek naar medestanders, verenigingen, individuen. Spreek de deelorganisaties in je gemeente aan. En bereik ook nieuwe, jonge mensen met een onderwerp dat hen nauw aan het hart ligt. Zelfs de stap naar een beleidsmatige song is, dankzij onze politieke contacten, verrassend dichtbij. Het transitielied zou wel eens een full-cd kunnen worden…


DOSSIER TRANSITIE: 'Klimaatneutrale steden en gemeenten'

Gent

Dat klimaatneutrale steden enkel kunnen worden bereikt door samen te handelen, daar zijn ze het in Gent over eens. Met het Gents Klimaatverbond hebben bedrijven, burgers, verenigingen en de stad zich samen geëngageerd.


Uniek aan het Gentse traject is dat er naast vertrouwde beleidsinstrumenten zoals subsidies voor klimaatprojecten,ook vernieuwde transitie-instrumenten zijn bijgekomen. Zo wordt er hard ingezet op de mobiliteitsarena waarin voortrekkers rond mobiliteit uit het Gentse bedrijfsleven, het onderwijs, het middenveld, bewoners en studenten de koppen samen steken om de Gentse mobiliteit nog te verbeteren. Of er worden 'carrot mobs’ van verenigingen ondersteund. Bij een ‘carrot mob’ spreekt men af om met een grote groep op dezelfde dag in eenzelfde buurtwinkel te gaan shoppen. In ruil investeert die winkel een deel van de inkomsten in energiebesparende maatregelen. Het geld wordt goed besteed, de winkel bespaart op termijn en het milieu vaart er wel bij... win-win-win!




Leuven

leuvenklimaatneutraalMet het project 'Leuven Klimaatneutraal' slaan de stad, de KU Leuven, bedrijven en organisaties de handen in elkaar om ervoor te zorgen dat Leuven tegen 2030 netto geen CO² meer uitstoot.

De 'G20 voor Leuven Klimaatneutraal' is een groep van een 20-tal vertegenwoordigers uit de bedrijfswereld, sociaal-culturele organisaties, het stadsbestuur, de universiteit en de universitaire ziekenhuizen. Deze groep bereidt de strategische keuzes voor. Daaronder zijn er 5 thematische cellen opgericht die de doelstelling om klimaatneutraal te worden concretiseren voor volgende thema’s: gebouwen & bebouwde omgeving, mobiliteit, consumptie, energie, natuur & landbouw, transitie & participatie.


Welke rol voor het middenveld?

Naast Leuven Klimaatneutraal is er ook nog het Leuvense Klimaatforum vanuit het middenveld. Deze vereniging voedt het proces van onderuit. Daarmee neemt het middenveld een duidelijke coöperatieve maar onafhankelijke rol op. Het middenveld maakt zichzelf hiermee sterk en stuurt de strategie van het proces mee aan.
 
Er is een sterke trend om participatief te werken vanuit de lokale overheid rond de klimaatdoelstellingen. Daarnaast is er een trend om geëngageerden uit het middenveld te betrekken als individu, niet als vertegenwoordiger van haar/zijn organisatie. Door op deze manier participatief te werken wil men de bevolking betrekken, als mede-eigenaar van het proces die medeverantwoordelijk is voor de resultaten.
 
De bevolking in al zijn geledingen zal mee het slagen van deze projecten bepalen. Sportclubs, vakbonden, toneelverenigingen en verenigingen van het netwerk tegen armoede zullen elk hun rol moeten spelen om de CO²-uitstoot te laten zakken. De uitdagingen voor deze steden zijn dan ook groot. Het gaat zowel over het verwarmen van gebouwen, zich verplaatsen als over duurzaam aankoopbeleid.
 
 

VAN TER PLEKKE

Trage Wegen maken ‘verbindingen’ 

tragewegen hodb
Zes jaar geleden begon ACW Heist-op-den-Berg aan een nieuw elan. In de socio-culturele organisaties werd veel georganiseerd rond wandelen. En van die expertise moest gebruik gemaakt worden. Naast het opzetten van ‘Den Toer van Heist’, een mini-wandelcriterium met jaarlijks gemiddeld 10 wandeldagen en meer dan 10.000 wandelaars, groeide het idee om ook werk te maken van nieuwe wandelwegen.


Er werd beslist om rond Trage Wegen enkele stappen te zetten. In Itegem werd door de kwb-afdeling een inventarisatie gemaakt van verdwenen of in onbruik geraakte kerkwegels of verbindingswegen. Ook in Wiekevorst werden die zelfde stappen ondernomen. De kwb van Booischot stelde vast dat door stormweer een brug was weggespoeld waardoor een verbinding was verdwenen. Werk aan de winkel dus.

Beleidsmatig was het niet altijd even makkelijk om tijd en middelen te vinden om hier werk van te maken maar de resultaten nu mogen wel gezien worden.

De weggespoelde brug in Booischot is hersteld. Meer nog, er is een nieuwe brug gekomen en de weg is prachtig aangelegd. In Itegem werden al een aantal wegen aangelegd maar ook in andere deelgemeenten. De gemeente heeft een onderhoudsplan opgesteld waardoor op geregelde tijdstippen de gemeentediensten trage wegen zullen onderhouden (gras maaien, overhangende takken weghalen). Bij het ontstaan van een nieuwe verkaveling wordt steeds voorzien dat er een nieuwe trage weg bij gemaakt wordt of op zijn minst een trage weg die er al lag behouden blijft (al moet die dan soms een beetje verplaatst worden). Er is een nieuwe convenant afgesloten tussen de gemeente en de vzw Trage Wegen om dorp per dorp alles nieuw aan te pakken. Wiekevorst komt als eerste aan de beurt.

Elk jaar neemt ACW vele mensen mee op sleeptouw om de ‘trage weg’ te vieren. Op de dag van de trage weg wordt dan een nieuw geopende verbinding ingehuldigd en wordt vooral fier gewezen op de mooie plekjes die toegankelijk worden door deze fiets- en/of wandelvriendelijke paden. Dit jaar werd de ‘brug der zuchten’ in Booischot plechtig geopend. Tientallen vrijwilligers en buurtbewoners kwamen er mee vieren. Vele fietsers hebben een nieuwe, veilige doorsteek terug gekregen naar het station van Booischot.

Jo De Smet 1Jo De Smet
(ACW Mechelen)



 


GOED OM WETEN

De nieuwe bezinnings- en meditatiebrochure

Op www.acw.be/zingeving is er sinds september een gloednieuwe bezinnings- en meditatiebrochure. Opgebouwd rond de 4 seizoenen omdat zij het ritme aangeven van ons leven en samenleven, telkens met een eigen symbool per seizoen.

En doorheen de seizoenen zijn er momenten in de Beweging, op persoonlijk vlak en in het leven van elke dag. Die krijgen een plaats in 3 tijdslijnen: de C-lijn, de ACW-lijn en de levenslijn, ook die krijgen telkens een eigen symbool.

Bovendien is er elk nieuw seizoen ook een nieuw aanbod. Nu ook de winter eraan komt:

'kleine woorden' zijn kleine tekstjes die mensen - individueel of in groep - kunnen gebruiken om wensen te schrijven; 'grotere woorden' bij Kerst en Nieuwjaar ... zijn er voor persoonlijke meditatie, maar vooral voor het gebruik in de afdelingswerking en op bestuursvergaderingen.

 zingeving download


PROJECT GEMEENTE- & PROVINCIERAADSVERKIEZINGEN: Opvolging na 14 oktober 2012

Bij de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen zullen er ook nu weer winnaars en verliezers zijn tussen de politieke partijen; met meer of minder verkozenen voor gevolg.

Ook binnen de ACW-groep zullen er dus verkozenen of niet-verkozenen zijn: vreugde en ontgoocheling. Het is van belang dat wij in onze ACW-werking naast de verkozenen ook de niet-verkozenen blijven motiveren en betrekken. Nadruk ligt op samenwerking en verder bouwen op getoond engagement en interesse voor beleidswerk.

Daarom:

  • bezorg een attentie aan de ACW-kandidaten met gelukwensen voor de verkozenen en een bedanking voor de inzet aan alle kandidaten
  • nodig hen uit naar een eerstvolgende ACW-activiteit (gemeentelijke beleidsgroep of trefmoment) kort na de verkiezingsperiode, zodat de contacten niet verloren gaan.

 

HET GEMEENTEBESTUUR KRIJGT VORM

  • Coalitievorming: meerderheid versus oppositie

Aansluitend op de bekendmaking van het verkiezingsresultaat starten de onderhandelingen over de coalitievorming; dus meestal op de verkiezingsdag zelf. Uiteraard wanneer er geen politieke formatie de meerderheid behaald heeft.
Coalitievorming betekent het zoeken naar een werkbare meerderheid.
Werkbaar heeft te maken met aantal raadsleden, maar ook met de realiseerbaarheid van de politieke beleidspunten.
Wanneer een voorakkoord werd afgesloten wordt eerst nagegaan of deze die werkbare meerderheid oplevert.
Het initiatief voor coalitieonderhandelingen ligt bij de winnende politieke formatie. Wat totaal niet uitsluit dat er parallelle contacten lopen. Het uiteindelijk resultaat is immers een politieke meerderheid behalen, zodat er een beleidsmacht ontstaat en de nodige politieke mandaten voor de beleidsvoering kunnen ingevuld worden.
Men kan in de praktijk dan ook maar spreken over een bindend akkoord wanneer de voordrachtakte van de burgemeester (en in een latere fase, ook de schepenen) door alle raadsleden van de behaalde meerderheid is ondertekend!
De resultaten van deze besprekingen zijn doorslaggevend voor de wijze waarop het gemeentelijk ACW de volgende 6 jaar aan rechtstreekse beleidsbeïnvloeding via de erkende mandatarissen kan doen.
Ofwel behoren de erkende mandatarissen tot de meerderheid, ofwel belanden zij in de oppositie!
Het is van bijzonder belang dat de gemeentelijke ACW kern een contactpersoon heeft die deze gesprekken mee opvolgt en ten gepaste tijde de kern/beleidsgroep/erkende mandatarissen kan briefen. Zij zijn op de verkiezingsdag en aansluitende dagen stand-by voor overleg, bespreking en zo nodig besluitvorming in het partijbestuur.

  • Verdeling mandaten

In een tweede fase worden de politieke mandaten ingevuld; zowel de effectieve als opvolgers of plaatsvervangers.
Het betreft:

  • Schepenen
  • Voorzitter gemeenteraad
  • OCMW-voorzitter
  • Eén of twee OCMW-ondervoorzitters
  • OCMW-raadsleden
  • De belangrijkste posities uit de ‘Derde lijst’, vb. Voorzitters van huisvestingsmaatschappijen, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, autonome gemeentebedrijven.

Tijdens de coalitiebesprekingen worden aan deze functies meestal een puntengewicht toegekend. Waarbij het meeste gewicht aan het burgemeesterschap gegeven wordt.
Zo zal in een meerderheidssituatie met twee partijen, de grootste de burgemeester claimen, waarbij de eerste schepen naar de andere partij gaat.
Naast de verdeling van de mandaten zelf, worden ook de bevoegdheden van de vak-schepenen bepaald; waarbij ook deze weerom tussen de meerderheidspartijen verdeeld worden.

Deze oefening wordt best voor de verkiezingen al grondig voorbereid (simulatie van mogelijke meerderheidssituaties).
Eens de politieke mandaten verdeeld over de coalitiepartners, is het aan de respectieve partijbesturen om deze mandaten in te vullen.
Het behoeft geen betoog dat de bevoegdheidsverdelingen voor het gemeentelijk ACW beleidswerk van bijzonder belang is, en dus grondig dient voorbereid en opgevolgd!
Ook hier wordt best gewerkt met een gemandateerde contactpersoon of beperkte delegatie.

  • De ‘Derde lijst’

De verdere invulling van de ‘Derde lijst’ o.m. bestuurders, gebeurt meestal in een latere fase.
Hou er rekening mee dat

  • men niet voor alle mandaten een verkozen raadslid moet zijn vb. mandaten in huisvestingsmaatschappijen.
  • bestuurders in de praktijk naar de meerderheid gaan, terwijl afgevaardigden in algemene vergaderingen nog al eens aan oppositieleden toegewezen worden.
  • bestuursmandaten zowel door schepenen als door raadsleden kunnen opgenomen worden.

Deskundigheid zou bij de toewijzing moeten primeren!
Hoe dan biedt heeft decreet in bepaalde sectoren de mogelijkheid om externe deskundigheid in te brengen.

  • Fractiewerking

Binnen de politieke fracties worden de werkzaamheden voor de volgende legislatuur geregeld. Van belang is de aanduiding van een fractieleider, die naast het voorzitten van de fractievergaderingen, ook zo wat de voornaamste woordvoerder en eerste aanspreekpunt voor politiek overleg zal zijn.
Het gemeentedecreet voorziet geen verplichting tot organisatie van gemeenteraadscommissies. Toch is het in functie van een goede voorbereiding van de raadszittingen een onmisbaar instrument! Een goede werkmethode is de toewijzing van een commissie per schepen en dus voor een bepaald bevoegdheidspakket.
Alleen voorgedragen commissieleden krijgen een zitpenning. Alle raadsleden mogen echter aan alle commissiezittingen deelnemen. De commissies zijn openbaar.

De verdeling van de commissies over de verschillende fracties gebeurt volgens het evenredigheidsprincipe. De fracties bepalen autonoom wie de commissieleden zijn.
Het is belangrijk dat de ACW beleidsgroep/kern met de erkende mandatarissen op voorhand overlegt in welke commissies een vertegenwoordiging opportuun is, in functie van de realisatie van de ACW-prioriteiten.

HET GEMEENTEBELEID KRIJGT VORM

  • De gemeentelijke beleidsnota

In voorbereiding tot de gemeenteraadsverkiezingen hebben heel wat actieve ACW kernen ernstig werk gemaakt van een gedragen prioriteitennota. Ze hebben hun beleids-verwachtingen op alle mogelijke manieren kenbaar gemaakt.

Zie hiervoor onder meer ‘Bruis plus 5’!

Na de verkiezingen begint pas het zwaardere werk.
Dan start dus ook voor de gemeentelijke ACW kern/beleidsgroep  het proces om de prioriteitennota te vertalen naar prioritaire projecten voor de gemeente en deze via de erkende mandatarissen in te brengen in de ‘gemeentelijke beleidsnota’.

Van zodra de politieke meerderheid gekend is, start deze de besprekingen op over de concreet te realiseren projecten voor de volgende legislatuur.

Het ACW pleit ervoor om van dit planningsproces ook een participatieproces te maken, waarbij naast de burgers, de erkende adviesraden, vooral het georganiseerd middenveld intensief betrokken wordt. Ook politiek moet dit een proces zijn, waarbij het gemeenteraadsdebat centraal staat en er dus een inbreng van meerderheid en oppositie is.

Voor de ACW kern/beleidsgroep betekent dit dat zij én als middenveldorganisatie én met erkende mandatarissen aan de gesprekstafels wil deelnemen!

In bepaalde gemeenten en steden zijn ambtenaren al bezig de volgende legislatuur inhoudelijk voor te bereiden. Zij kunnen een belangrijke bijdrage leveren en dus ondersteunend werken; maar er bestaat ook het gevaar dat zij de toon voor het toekomstig beleid willen zetten. De beleidskeuzes zijn de taak van de verkozen politici! Enige omzichtigheid is dus geboden. Spreek af welke bevriende politicus of vertrouwensfiguur bij de ambtenaren dit voor de kern opvolgt.

  • De beleids- en beheerscyclus

Tegen 1 januari 2014 moet elke gemeente- en OCMW-bestuur een inhoudelijke meerjarenplanning opmaken en daarbij de prioritaire beleidsdoelstellingen bepalen.
Men noemt dit in het vakjargon: ‘ de beleids- en beheerscyclus’.

Met deze aanpak wil men de verkokering in het beleid een halt toeroepen en de planlast verminderen. Doel is te komen tot een planmatig gemeentebeleid, waarbij de grote contouren voor de volledige legislatuur van bij het begin vastgelegd worden. De meerjarenplanning omvat de vertaling van de prioritaire beleidsdoelstellingen in concrete acties op jaarbasis en legt ook de beschikbare middelen per actie vast. De gemeentelijke boekhouding wordt hierop aangepast, zodat de uitvoering van de beleidspunten ook financieel kunnen opgevolgd worden.
De gemeente- en OCMW-raad zullen over de beleidslijnen debatteren en niet meer of minder over de uitvoerende details.

Door deze vernieuwde aanpak is een meer projectmatige aanpak mogelijk. Projecten, waarover de meerderheid én de gehele raad van bij het begin van de legislatuur een brede gedragenheid moet zien te vinden. Deze aanpak biedt ook kansen om op een andere wijze met de traditionele beleidsdomeinen en beleidsbevoegdheden om te springen. Dit, tot en met de verdeling van de bevoegdheden onder de schepenen; waarbij men eerder projecten dan wel sectorale bevoegdheden aan een schepenambt kan koppelen.

Deze vernieuwde beleidscultuur wordt niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Dit wordt in de volgende legislatuur dus een groeiproces. De ACW kern/beleidsgroep moet van bij het begin mee zijn in dit verhaal. Als ACW wil wegen op het gemeentebeleid dan zal het zwaartepunt van de inhoudelijke participatie in 2013 liggen! De volgende jaren zullen vooral opvolging en bijsturing zijn.

  • Participatie

Een politiek engagement rond participatie van de burger, de rol en betrokkenheid van het georganiseerd middenveld hierbij en daaraan gekoppeld de ondersteuning van het verenigingsleven zou in het coalitieakkoord moeten opgenomen worden!
Participatie is breder dan inspraak en gaat in essentie over betrokkenheid van burgers bij het volledige proces van de beleidsvoering. Dit zorgt voor legitimiteit en draagvlak voor het beleid.
Zie hiervoor het referaat ‘Participatie in Vlaamse lokale besturen’ van Filip De Rynck.

‘Klassieke’ adviesraden

In een aantal beleidssectoren zijn adviesraden decretaal geregeld: jeugd, cultuur, sport, GECORO, enz. Iedere legislatuur wordt de samenstelling hernieuwd. Het gaat hier telkens om ‘vertegenwoordigers’ van…verenigingen, belangengroepen, enz. 

Het ‘ACW -Strategisch beleidsplan 2010-2014’ stelt volgende ‘doorbraak’: ‘Het ACW zet samen met de deelorganisaties een systeem op voor vrijwilligers die actief zijn in inspraak- en adviesorganen om hun maatschappelijke rol te kunnen opnemen…’

De ACW kern/beleidsgroep evalueert best met de uittredende leden van adviesraden de werking. Dit gebeurt voor een aantal raden (cultuurraad, GECORO,…) met betrokken deelorganisaties. Zijn er verbeterpunten? Welke rol kan het ACW en de deelorganisaties spelen? Is de inzet nog opportuun?

Kwaliteit en deskundigheid zijn de trefwoorden bij het aanduiden van ACW-vertegenwoordigers in adviesraden!

Het is duidelijk dat door de invoering van het planlastdecreet en de BBC de rol van sectorale adviesraden moet geherdefinieerd worden.

Nieuwe participatievormen

Het zelfde strategisch beleidsplan stelt volgende doelstelling: ‘Veel vrijwilligers van de Beweging participeren actief aan vernieuwende, open en sterke inspraakkanalen’ en somt daarvoor enkele criteria op, waaronder: ‘Innoverende formules die aan meerdere mensen de kans geven te participeren.’

Vooral gebiedsgerichte participatie zit in de lift. Dit heeft uiteraard te maken met het feit dat de betrokkenheid van bewoners in hun directe leefomgeving het grootst is en veel beleids-beslissingen met de kwaliteit van de ruimte te maken hebben (vb. rioleringen, pleininrichting, verlichting, voetpaden, enz.).  Het gaat dan om wijkoverleg of dorpsraden, maar net zo goed om ‘studie- en actiecomités’ van het ACW.

Wijkoverleg en in uitbreiding wijk- of straatinitiatieven moeten niet beschouwd worden als bedreigend voor het bestaande middenveld. Iedere participatievorm is welkom en heeft een eigen rol. Het is belangrijk dat de ACW kern/beleidsgroep aanwezigheid verzekerd via hun vrijwilligers en die van de deelorganisaties vb. KWB wijkmeesters.
Overigens, gezien het gemeentelijk ACW de vinger aan de pols houdt van de lokale problemen, is zij bij uitstek goed geplaatst om dit overleg of deze initiatievenzelf te organiseren.

De grote uitdaging is de ‘projectgerichte participatie’.
Door het verdwijnen van de jaarlijkse sectorale plannen én de invoering van de BBC, zal het gemeentelijk beleid evolueren naar brede projecten.
De participatie zal dus gericht worden op het beleidsproces en het projectmanagement.

De sectorale adviesraden, maar ook middenveldorganisaties, zullen hun inbreng moeten focussen op het brede project. Dit mag in principe voor de ACW kern/beleidsgroep geen probleem opleveren, gezien het brede zichtveld van de werking; dit in tegenstelling tot one-issue bewegingen, zoals de fietsersbond, natuurpunt, e.d.

Het is duidelijk dat het ACW-verbond zal moeten zorgen voor de nodige ondersteuning en onderbouwing van wie participeert.

HET ACW-BELEIDSWERK KRIJGT VORM

  • Wegen op beleid concretiseren

Wegen op het beleid is een kernopdracht van het ACW en dus een opdracht binnen de kernwerking. Deze opdracht werd herbevestigt in het Congres van 24 april 2004.
Wegen op beleid kan op verscheidene manieren:

  • Bewegingswerk met groepen, met kernen en vrijwilligers
  • Actie voeren en initiatieven nemen naar de media
  • Actieve aanwezigheid in inspraak- en overlegorganen
  • Netwerken en bondgenootschappen met andere verenigingen
  • Overleg met sociaal bewogen politici

en uiteraard door samenwerking met en ondersteuning van de ACW-erkende mandatarissen; bij voorkeur in partnerschap met de christendemocratische partij.

De directe beleidswerking met de erkende mandatarissen zal een andere invulling krijgen naargelang zij in de meerderheid zitten of een oppositierol vervullen.

In het eerste geval moet men rechtstreekse opvolging van bewegingsdossiers organiseren.
In een oppositie zal men eerder een ‘schaduwwerking’ moeten opzetten. En men zal dan voor de bewegingsdossiers ook contacten moeten onderhouden met de vakschepenen uit de andere meerderheidspartijen. Deze contacten lopen in samenspraak met de erkende mandatarissen. Dit is een kwestie van wederzijds vertrouwen.
De gemeenteraadsverkiezingen zijn steeds een ijkpunt om de beleidswerking van de ACW kern/beleidsgroep te evalueren en waar nodig bij te sturen. Hierbij houdt men steeds voor ogen dat wegen op het beleid niet eindigt bij de verkiezingen, maar een aanpak voor een volledige legislatuur van volle zes jaar vergt!

  • De ACW beleidsgroep (vroeger: politiek comité)

De brede ACW werking wordt soms gehinderd door een overheersende beleidsgerichte benadering, met het daaraan gekoppeld imago van enkel aan politiek te doen en/of een verlengstuk te zijn van een welbepaalde partij.
In wat sterkere of grotere gemeentelijke ACW werkingen kan overwogen worden om naast de gemeentelijke kern of groep een afzonderlijke ‘beleidsgroep’ te vormen.
Deze beleidsgroep is samengesteld uit onder meer de erkende mandatarissen, bestuurders in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en andere maatschappijen, de gemeentelijke ACW voorzitter en andere geïnteresseerde kernleden en niet-verkozen kandidaten en vertegenwoordigers in adviesraden.

De beleidsgroep

  • legt de relatie tussen de sociale beweging en de directe politieke beleidsbeïnvloeding.
  • behandelt de concrete dossiers die in de verschillende beleidsorganen, besturen en adviesraden op de agenda staan
  • behandelt beleidsdossiers op vraag en in samenspraak met de deelorganisaties
  • neemt beleidsinitiatieven in samenspraak met de kern (vb. dossiervorming)
  • onderhoudt de contacten met o.m.de fracties en de partij

Het is duidelijk dat in zo een structuur de relatie met de kern moet verzekerd zijn.
Vandaar dat het belangrijk is dat een afvaardiging van de kern deelneemt aan de activiteiten van de beleidsgroep en omgekeerd.
De kern is de eindverantwoordelijke voor de globale beleidswerking. Want beleidswerking is een verlengstuk van de brede sociale bewegingswerking.
De kern betrekt de beleidsgroep in de bredere werking, trefmomenten, acties,…
De kern zorgt voor betrokkenheid van mandatarissen, bestuurders,…bij de activiteiten van deelorganisaties.

De relatie tussen kern en mandatarissen wordt versterkt door de ‘engagementsverklaring’.
In onderlinge samenspraak wordt deze verder geconcretiseerd. Vooral de verbondelijke ondersteuning is hier noodzakelijk.

Een jaarlijks opvolgingsgesprek over het gemeentebeleid in ruime zin tussen ACW kern en erkende mandatarissen is wenselijk.

 

Pagina top 5

Wat is ACW ? (25312 views)
Herfst 2013 (21247 views)
Vacatures (16980 views)
Downloads (14393 views)

Contact opnemen

  • ACW algemeen secretariaat
    Postbus 20 - 1031 Brussel
    tel. 02 246 31 11
    e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Wegbeschrijving