Internationale solidariteit

20 jaar Oslo-akkoorden – meer dan een half miljoen Israëli in bezette gebieden

oslo-akkoordenOp 13 september 1993, ondertekenden de Israëlische premier Rabin en Yasser Arafat, leider van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) in Washington de 'Oslo I-akkoorden', een 'Principeverklaring' voor Palestijns zelfbestuur. Van bij het begin waren de Israëlische nederzettingen een stok in de wielen van het vredesproces. Twintig jaar later is het aantal Israëlische kolonisten in Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever – de door Israël bezette gebieden – verdubbeld en lijkt een Palestijnse staat verder af dan ooit. Er wonen intussen meer dan een half miljoen Israëli in de bezette gebieden. Het opnieuw opstarten van de vredesonderhandelingen in de zomer van 2013 is eigenlijk een farce, als de Israëlische regering tegelijk de bouw aankondigt van nog eens 1200 wooneenheden in de westelijke Jordaanoever en Oost Jerusalem, en aanspraak lijkt te blijven maken op minstens 40% van de bezette Westelijke Jordaanoever.

Volgens het internationaal recht zijn alle nederzettingen in bezet gebied illegaal, met inbegrip van Oost-Jeruzalem. De Vierde Conventie van Genève verbiedt een bezettingsmacht zijn bevolking te verplaatsen naar het bezette gebied (art 49).

Nederzettingen hebben een enorme impact op de Palestijnse samenleving. Hun inplanting gaat gepaard met de afbraak van huizen, gedwongen verhuis, fysieke barrières, de ongelijke toegang tot zuiver water en de inbeslagname van vruchtbare grond. Waardig werk is in deze omstandigheden onmogelijk. In 2011 werd een recordaantal aanvallen door kolonisten geregistreerd. Er vielen tientallen Palestijnse gewonden en er werden meer dan 10.000 bomen (vooral olijfbomen) omgehakt. Tegelijkertijd wordt er een gescheiden infrastructuur opgebouwd voor de 2 verschillende bevolkingsgroepen die in hetzelfde gebied leven. Verschillende scholen, ziekenhuizen, wegen… En verschillende rechtssystemen.

De internationale gemeenschap blijft dubbelzinnig. In woorden wordt het nederzettingenbeleid afgekeurd. Maar in de praktijk wordt dat beleid nog altijd op verschillende manieren gesteund.

De EU bevestigde herhaaldelijk het illegaal karakter van de nederzettingen en noemde ze een obstakel tot vrede. Sinds vorig jaar gaat men zelfs een stapje verder, en neemt de Unie de directe en indirecte steun onder de loep door de import en verkoop van producten uit nederzettingen te bekijken, de financiële voordelen en transacties die nederzettingen mee doen floreren en de samenwerking tussen privé-instellingen. De ministers van Buitenlandse zaken hebben zich geëngageerd om een eind te maken aan de steun voor de nederzettingen door Europese instellingen. Toch is er ook op EU niveau nog een lange weg te gaan. De Unie draagt nog altijd bij tot de leefbaarheid van de nederzettingen aangezien er geen systematisch onderscheid wordt gemaakt tussen Israël en de illegale nederzettingen.

Ook België veroordeelde herhaaldelijk het nederzettingenbeleid. De nederzettingen worden beschouwd als een fundamenteel obstakel op weg naar de twee staten oplossing. Op deze manier biedt België alvast lippendienst aan de positie van de EU. Verder dan lippendienst geraakt men voorlopig niet. Dat de zaak op verschillende beleidsdomeinen en op verschillende beleidsniveaus moet bekeken worden is echt geen excuus.

‘Het is hoog tijd dat België en de EU de daad bij het woord voegen en elke steun aan het illegale nederzettingenbeleid identificeren en uitschakelen’, stelt Bogdan Vanden Berghe, directeur van 11.11.11 in naam van het Midden-Oosten overleg. ‘Men kan nu meteen concrete maatregelen nemen m.b.t. de import en verkoop van nederzettingenproducten. Men kan de nederzettingen uitsluiten uit de bilaterale relaties met Israël. Men kan een eind maken aan financiële transacties en steun.’

De Belgische NGO’s gooien in de komende maanden het debat in de politieke arena. ‘We willen, in samenwerking met het parlement de discussie op de spits drijven‘, zegt Rabab Khairy van het CNCD. ‘We zullen dat doen in samenspraak met vertegenwoordigers van de VN, de EU, onze eigen overheid, met mensen uit de civiele maatschappij van Palestina en Israël. En we zullen dat doen op basis van een stevig rapport over de kwestie.’

Het is de bedoeling een beter zicht te krijgen op de steun van België aan illegale nederzettingen, maar vooral om te maken dat er concrete maatregelen worden genomen om deze steun te stoppen.



Bogdan Vanden Berghe, 11.11.11 en  Rabab Khairy, CNCD in naam van het Midden-Oosten Overleg
(leden van het overleg zijn De Algemene Centrale-ABVV, ABVV, Broederlijk Delen, Pax Christi, fos Socialistische Solidariteit, intal, Palestina Solidariteit, Vrede vzw, Vredesactie, 11.11.11)

 

ACW & Pax Christi Vlaanderen begaan met het lot van de Syrische burgerbevolking

dossier-syrieDe vreedzame opstand in Syrië is uitgedraaid op een nachtmerrie. Een land met een zo lange geschiedenis, een zo rijke cultuur en een zo gastvrije bevolking wordt op dit ogenblik kapot gemaakt. Sinds de eerste geweldloze manifestaties en het eerste bloedig neerslaan van deze protesten is het land afgegleden in een eindeloos opbod van geweld en tegengeweld. Niemand kan onbewogen blijven bij de beelden die we sinds maanden zien. Beelden van ontreddering, vernieling en doodslag.

Pax Christi schenkt, in samenwerking met Broederlijk Delen, in het bijgevoegde dossier aandacht aan dit conflict, maar ook aan de inzet van de duizenden Syrische burgeractivisten die blijven opkomen voor hun medemens en de wonden van slachtoffers proberen te verzorgen en te helen. “Door de groeiende noden is het burgeractivisme op het terrein nu vooral gericht op hulpverlening. Overal in het land zijn activisten betrokken bij nieuwe solidariteitsnetwerken die op geïmproviseerde wijze in voedsel, medische zorg en scholing voorzien”, schrijft Brigitte Herremans, beleidsmedewerker Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen, in een opiniestuk van 24 april 2013 in ‘De Standaard’. Dit dossier is te koop bij Pax Christi Vlaanderen voor 2€. Bestellen kan op 03/225 10 00 of via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.">Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Om die hulpacties in Syrië en om de honderdduizenden vluchtelingen in de buurlanden van Syrië te helpen is de actie “Syrië 12 – 12” belangrijk en verdient ze alle steun zolang het conflict duurt. Maar ACW en Pax Christi Vlaanderen benadrukken samen met Broederlijk Delen ook het belang van het politieke werk dat meer dan ooit moet verder gaan om een bemiddelde oplossing mogelijk te maken voor de grote meerderheid van Syriërs die vrede willen.


Patrick Develtere, Algemeen voorzitter ACW
Jo Hanssens, voorzitter Pax Christi Vlaanderen

 

Het Israëlisch-Palestijns conflict: opvolging actualiteit & actie vanuit het Belgische middenveld

Inleiding: een actuele benadering

De Israëlisch-Palestijnse regio heeft de laatste weken de actualiteit overheerst. Vooreerst werden we geconfronteerd met een nieuw conflict in Gaza tussen de Palestijnse gewapende groepering Hamas en de staat Israël. "Pijler van defensie", de militaire operatie van het Israëlisch leger in de Gazastrook, startte op 14 november 2012 en nam een einde op 21 november 2012 met een wapenstilstand tussen Israël en Hamas (cf. paragraaf 2). Ruim een week later werd Palestina het statuut toegekend van waarnemende niet-lidstaat in de Verenigde Naties. Deze statutaire opwaardering kan er een stap vooruit zijn naar de oprichting van een Palestijnse staat. Een ruime meerderheid, waaronder België ondersteunde deze upgrading (paragraaf 3). Een (twee-staten)oplossing voor het conflict, met inbegrip van de oprichting een leefbare Palestijnse staat binnen de grenzen van vóór 1967 is echter niet voor morgen. Concreet staat het beleid van de Israëlische staat, waarbij in de bezette Palestijnse gebieden blijvend nederzettingen worden gebouwd, een tweestatenoplossing in de weg. Vanuit het brede Belgische middenveld wenst men de problematiek van de illegale nederzettingen ook bij ons aan de kaak te stellen (cf. paragraaf 4).

Ook het ACW voelt zich betrokken bij de recente gebeurtenissen in de regio en wenst haar pleidooi voor de noodzakelijke opbouw van een duurzame vrede te herhalen. Daarbij is het duidelijk dat er geen alternatief rest dan onderhandeling en respect voor het internationaal recht.

De oorlog in Gaza van 14 tot 21 november 2012: geen vrede zonder internationale druk

In november jongstleden dreigde het geweld tussen Israël en de Palestijnse gewapende groeperingen het Midden-Oosten in een nieuwe tragedie mee te sleuren. Het conflict heeft aan beide zijden weer talloze onnodige slachtoffers gemaakt. Dankzij internationale diplomatieke druk werd een nieuwe totale oorlog in de Gazastrook gelukkig vermeden. Maar hoe verdere escalatie vermijden die de hele regio in vuur steekt. In 2009 heeft het ACW ook aandacht besteed aan het Gaza-conflict dat zich voltrok bij de jaarovergang 2008-2009. Een standpunt vanuit ACW, Wereldsolidariteit, Pax Christi Vlaanderen en Broederlijk Delen kwam tot stand. De klemtonen in dit standpunt met betrekking tot het recente conflict zijn nog steeds actueel.
De Europese Unie ontving dit jaar terecht de Nobelprijs voor de vrede. Het ontstaan en de werking van de Europese Unie heeft zonder twijfel een belangrijke bijdrage geleverd tot het handhaven van de vrede in Europa. Het maakte van oude aartsvijanden goede bondgenoten en toonde aan dat vrede geen illusie maar daadwerkelijk haalbaar is.

Wij moedigen de EU en haar lidstaten aan om zich nog sterker te engageren voor een duurzame en rechtvaardige vrede, die de basisoorzaken van het conflict en de bezetting van de Palestijnse gebieden beëindigt. Daarom is het cruciaal dat de EU het internationaal humanitair recht en de mensenrechten blijvend verdedigt, in woord en daad. Rechtvaardigheid en vrede vormen een sterke samenhangende eenheid. Geen vrede zonder rechtvaardigheid. Geen rechtvaardigheid zonder vrede.
De situatie is complex, de pijnpunten zijn bekend en de standpunten van Israël en Palestina lijken onverzoenbaar. Toch is het standpunt van de internationale gemeenschap duidelijk: de stilgevallen vredesbesprekingen moeten heropgestart worden en beide partijen moeten het internationaal recht respecteren.
Het ACW benadrukt dat de EU en haar lidstaten bij de benadering van het conflict volgende stappen moeten zetten:

  • er moet blijvend druk uitgeoefend worden op Israël om de blokkade van de Gazastrook op te heffen, om export en de invoer van grondstoffen toe te laten en het verkeer tussen de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever te faciliteren;

  • alle directe en indirecte steun aan de illegale Israëlische nederzettingen vermijden en hiervoor concrete maatregelen treffen zoals de correcte etikettering van nederzettingsproducten (cf. 3);

  • de steun aan het Israëlische en Palestijnse middenveld onverwijld opvoeren.

De upgrade van het Palestijnse statuut tot waarnemerstaat: méér dan symboliek?

Op donderdag 29 november behaalden de Palestijnen een belangrijke diplomatieke overwinning in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. 138 van de 193 lidstaten van de VN schaarden zich achter de resolutie waarin het statuut van de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) geüpgraded werd van waarnemende entiteit tot waarnemersstaat. Dit statuut is weliswaar niet dat van lidstaat. Dat kan enkel verkregen worden via de Veiligheidsraad. Maar deze stap versterkt wel de internationale erkenning van de Palestijnse staat. De Israëlische regering beschouwt deze demarche echter als een eenzijdige stap en een ernstige schending van de bestaande akkoorden met Israël. Op zondag 2 december 2012 maakte Israël een aantal sancties bekend die de geboekte vooruitgang ongedaan kunnen maken.

Een upgrade? Welke gevolgen zijn daaraan verbonden?

Palestina geniet na de upgrading hetzelfde statuut als het Vaticaan en wordt als een staat gezien in het VN-systeem. Dat blijft niet zonder gevolg. Naar aanleiding van het vernieuwde statuut:

  • kan de Palestijnse staat ook conventies ondertekenen en lid worden van internationale instellingen;

  • verkrijgt Palestina toegang tot het Internationaal Strafhof in Den Haag. Het zal er in de toekomst zaken aangaande Israëlische schendingen van het internationaal recht aanhangig kunnen maken. Omgekeerd kan er ook onderzoek worden gestart naar schendingen van Palestijnse gewapende groeperingen;

  • krijgen de Palestijnen de nodige internationale erkenning die een cruciale voorwaarde is om als staat op gelijke voet deel te nemen in de internationale gemeenschap, om zijn stem te laten horen in internationale fora en om zelf de rechten en belangen van zijn volk te verdedigen;

  • verandert er evenwel niets aan Israëls statuut als bezettende macht. Volgens het internationaal humanitair recht is een bezetting een feitelijke situatie waarin een buitenlandse militaire macht de effectieve autoriteit over een grondgebied heeft. Dit is nog steeds het geval.

Israëls reactie op de stemming in de Algemene Vergadering

Daags voor de stemming in de VN, kondigde de Israëlische regering verrassend genoeg aan dat er geen sancties zouden volgen in geval van een upgrading. Toch werd in tegenspraak met deze aankondiging volgende beslissingen genomen:

het opvoeren van de woningbouw in de nederzettingen:

  • op vrijdag 30 november 2012 werd door Israël beslist over te gaan tot de bouw van 3 000 nieuwe woningen in Palestijns Gebied (nederzettingen in Oost-Jeruzalem en op de Westoever);

  • in tegenspraak met beloftes aan de VS werd beslist verder te gaan met de bouwplannen van nederzettingen in het zogenaamde E1-gebied. Dit is een gebied tussen Jeruzalem en de nederzetting Ma'ale Adumim dat de verbinding vormt tussen de Westoever en Oost-Jeruzalem. De uitvoering van dit plan betekent dat de Westoever volledig afgesneden wordt van Oost-Jeruzalem en Noord en Zuid van de Westelijke Jordaanoever doorbroken wordt. De VS en Europese lidstaten hebben dit plan sterk veroordeeld. Het kan de doodsteek vormen voor een twee-staten-oplossing

het inhouden van invoertaksen:

  • Israël maakt op zondag 2 december 2012 bekend dat het 120 miljoen $ taksgelden, bestemd voor de Palestijnse Autoriteit (PA), zal inhouden. De Israëlische regering heft invoertaksen op buitenlandse goederen die via Israëlische grensposten in de bezette Palestijnse gebieden worden geïmporteerd. Deze taksen worden daarna doorgestort aan de PA. De taksen zijn dus een belangrijke bron van inkomsten voor de Palestijnse economie. De Israëlische regering erkent dat het een sanctie is als respons op de VN-demarche, maar rechtvaardigt ze door te stellen dat Israël deze gelden gebruikt om de achterstallige Palestijnse schuld aan het Israëlische elektriciteitsbedrijf te betalen;

  • deze belastingregeling is vastgelegd in een economisch akkoord, het Protocol van Parijs. Dit tijdelijk protocol werd ondertekend in 1994 bij de Oslo-vredesakkoorden. Het Protocol van Parijs bepaalt dat de Palestijnse gebieden en Israël een douane-eenheid vormen en regelt tal van economische relaties. Israël heeft daarmee de controle over de Palestijnse externe handel en de invoerheffingen in handen. In de loop der jaren heeft Israël deze regeling meermaals als strafmaatregel gebruikt (bv. na de verkiezingsoverwinning van Hamas in 2006). Veel Palestijnen zien het protocol als een Israëlisch instrument om de Palestijnse economie te domineren en staat het de uitbouw van een autonome Palestijnse economie in de weg.

Opvolging van de upgrading vanuit het Belgische middenveld

Tijdens de discussie in het Belgisch Parlement betreffende de houding van de Belgische regering tegenover een opgewaardeerd Palestijns statuut binnen de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, leek minister Reynders eerder (MR) geneigd om zich vanuit een Belgisch standpunt te onthouden. Na die vaststelling werd, vanuit het Belgisch middenveld in het algemeen en vanuit 11.11.11., PCV/BD en onze ACW-werkgroep Palestina in het bijzonder, nog bijkomende druk uitgeoefend om vanuit ons land voor een upgrading te stemmen.
Naderhand zijn de middenveldorganisaties, betrokken bij het Midden-Oosten-overleg van de Noord-Zuid-koepel (11.11.11) uitermate verheugd met de beslissing van België om voor de resolutie over het toekennen van het statuut van waarnemende niet-lidstaat aan Palestina te stemmen.

Op 5 december 2012 maakt het Midden-Oostenoverleg van 11.11.11 in een schrijven hun tevredenheid over de Belgische houding formeel over. Dit schrijven wordt ondertekend door tal van organisaties, waaronder o.a. 11.11.11., ABVV, LBC, Broederlijk Delen, Pax Christi Vlaanderen en ACW. De ondertekende partijen zijn van mening dat de resolutie van 29 november 2012 een stap is naar de oprichting van een Palestijnse staat, waarvoor ons land en de internationale gemeenschap vragende partij zijn.
Toch zijn de ondertekende partijen van de brief vragende partij om verder waakzaam te blijven opdat de upgrading geen dode letter blijft. Zij wijzen in functie van een rechtvaardige en duurzame oplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict op:

  • de noodzaak om de blokkade van Gaza op te heffen;

  • om onmiddellijk een einde te maken aan de bouw van en de aanwezigheid van nederzettingen in bezet Palestijns Gebied in overeenstemming met het Internationaal Recht. De Belgische regering dient dan ook af te zien van alle directe en indirecte steun aan de illegale nederzettingen;

  • het tegengaan van de verdere versnippering van de bezette Palestijnse gebieden en het verzekeren van het vrij verkeer van personen en goederen (tussen Gaza en Westelijke Jordaanoever en tussen de Palestijnse Gebieden en de rest van de wereld) als een belangrijke hefboom voor een leefbare Palestijnse staat;

  • een gezamenlijk EU-optreden dat in het onderhandelingsproces trouw zweert aan het respect voor het internationaal recht als maatstaf voor concrete initiatieven en beslissingen van België.

Ook het ACW zal deze klemtonen verder meenemen in het pleidooi voor duurzame en rechtvaardige vrede in Israël en Palestina.

Het middenveld: aandacht voor de illegale nederzettingen

Uit het voorgaande blijkt telkens weer de cruciale bijdrage van de gevoerde nederzettingenpolitiek voor het uitblijven van een duurzame en rechtvaardige oplossing voor het conflict in het Midden-Oosten. Maar er is een verschil tussen woord en daad. De internationale gemeenschap, met inbegrip van de Belgische Regering en de EU bestempelen de Israëlische nederzettingen als illegaal en als een obstakel voor vrede, maar onderneemt weinig stappen om de verklaringen kracht bij te zetten. Ook het Belgische middenveld wil een rol spelen. Onder leiding van 11.11.11 wordt een actie opgezet om deze problematiek aan de kaak te stellen en een breder draagvlak tot stand te brengen. ACW ondersteunt de ééndrachtige aanpak vanuit 11.11.11.

Nederzettingen zijn illegaal! Stop de Belgische steun!

A. De rol van de civiele internationale samenleving: nadruk op etikettering

Aanhoudende druk van de civiele maatschappij heeft in mei 2012 mee geleid tot de meest boude Conclusies van Raad van de Europese Unie in jaren. De 27 ministers van Buitenlandse Zaken hadden het over "forced transfer" van Palestijnse bevolkingsgroepen en drukten onder meer hun vastberadenheid uit de om bestaande wetgeving volledig toe te passen op producten uit de nederzettingen. Discussies zijn momenteel aan de gang tussen te lidstaten, op het terrein en in Brussel, over een actieplan om de mei 2012-Conclusies te operationaliseren. Er is voorlopig geen eensgezindheid binnen de EU-27. De standpunten gaan van vraag naar een wettelijk verbod (Ierland) naar al dan niet actieve steun voor duidelijke etikettering.

In verschillende EU-lidstaten slaan sociale organisaties de handen in elkaar om de aandacht van de bevolking (de consument) te vestigen op de foutieve etikettering van producten uit de nederzettingen in supermarkten. België neemt in dit dossier geen vooruitstrevende positie in. Wat de producten uit de nederzettingen betreft geven verschillende federale ministeries informeel aan dat 'ze vanuit de bevolking geen druk voelen om concrete stappen op EU niveau voor te stellen of te steunen'. Om dezelfde reden ondernam de regering in België tot op heden geen concrete stappen binnen het huidige wetgevend kader, in tegenstelling tot landen zoals het Verenigd Koninkrijk of Denemarken.

B. Waarom deze actie

Een brede, door het middenveld gedragen, campagne over de illegale nederzettingen, en de manier waarop de Belgische overheid en individuen deze al dan niet onbewust steunen, moet leiden tot een meer pro-actieve houding van de Belgische overheid.

Om de algemene boodschap van de campagne (Nederzettingen zijn illegaal! Stop Belgische steun!) kracht bij te zetten, zal de campagne focussen op een heel concreet deelaspect van het nederzettingendossier: de aanwezigheid van producten uit nederzettingen op de Belgische markt.

Met de actie rond de producten willen de initiatiefnemers vanuit het Belgische middenveld:

  • consumenten en het brede publiek informeren over het probleem van de nederzettingen, en stimuleren dat ze winkelketens, waar ze klant zijn, vragen naar duidelijkheid over de herkomst van de betrokken producten;

  • de winkelketens verplichten om duidelijk te zijn over de herkomst van de door hun verkochte producten uit de regio en duidelijk maken dat de consument zich daarover zorgen maakt;

  • op deze manier indirect de druk op het Belgisch beleid ter zake vergroten.

C. Welke actievorm?

Er wordt geopteerd voor een relatief lichtere campagne die beperkt is in de tijd en gedragen wordt door de beide Noord-Zuidkoepels (11.11.11. & CNCD) met steun van zoveel mogelijk organisaties.

Dat betekent concreet:

  • een actie die grotendeels via elektronische weg (sites, mailverkeer, cyberacties) wordt gevoerd;

  • aangevuld met een beperkte selectie van fysieke acties en demarches (zoals gesprekken met de directies van winkelketens, gerichte prikacties, contacten met bevoegde politici);

  • in de tijd beperkt tot 2 of 3 maanden (voorstel ten vroegste maart - april 2013);

  • de communicatie rond de actie is scherp wat de illegaliteit van de nederzettingen betreft en bevragend (vraag naar duidelijkheid) wanneer het over de herkomst van de producten gaat;

  • het gaat op vraag van sommige organisaties (waaronder ACW, PCV en BD) niet om een boycot van de betrokken producten.

D. Met wiens steun?

De actie wordt formeel georganiseerd door de twee koepels: 11.11.11 en CNCD-11.11.11. Zij nemen het initiatief, dragen de eindverantwoordelijkheid en zijn woordvoerder voor de campagne (woordvoerderschap kan in bepaalde gevallen gedelegeerd worden naar een medewerker van één van de lidorganisaties).
Er wordt aan de organisaties van het Midden-Oostenoverleg gevraagd actief deel te nemen aan de actie en te zorgen voor de inhoudelijke stoffering van de campagne en de nodige contacten internationaal, nationaal en in de regio.

De actie wordt publiek onderschreven door een aantal organisaties die niet noodzakelijk rechtstreeks betrokken zijn bij het Midden-Oostenoverleg. Hierbij mikt men op vakbonden, consumentenorganisaties, jeugdbewegingen, enz. Deze organisaties kunnen ook een bijdrage leveren aan de geplande acties.

E. Wat vraagt de actie aan het Belgisch beleid?

Algemeen wordt gepleit voor het stopzetten van de steun aan de Israëlische nederzettingenpolitiek. Daarvoor zijn er tal van mogelijkheden en instrumenten die de Belgische overheid kan aanwenden. Wat de herkomst van de producten zelf betreft, wordt in de publieke communicatie rond de actie geen concrete politieke eis naar voor geschoven. Als de organiserende koepels extern, door media of door politici, bevraagd worden over wat politici dan wel moeten doen, is de basispositie: 'het minste dat de overheid kan doen is een adequate etikettering opleggen'. Daarvoor is er een stevige wettelijke basis en relatief grote politieke steun op EU-niveau. Het Midden-Oostenoverleg (in gezamenlijk overleg met Franstalige organisaties) was het hierover eens als minimale terugvalbasis.

Daarnaast zal de campagne 'in de diepte' België en Europese Unie aanmanen de Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden te veroordelen. De verklaringen van de EU, gestoeld op het internationaal humanitair recht, zijn ondubbelzinnig: Israëls nederzettingen zijn illegaal en een obstakel voor het vredesproces. Toch zetten zowel de lidstaten als de EU weinig concrete stappen om hun woorden kracht bij te zetten. Wij vragen dat ze niet alleen de druk op de Israëlische regering opvoeren, maar ook garanderen dat de nederzettingen in geen enkel opzicht van Europese steun genieten.

  • Wanneer de EU en haar instellingen bilaterale akkoorden met Israël afsluiten of agentschappen openstellen (ACAA, Europol, Horizon 2020, Civil Aviation), moeten ze garanderen dat die van toepassing zijn op Israël. Alle akkoorden met Israël moeten duidelijk territoriale bepalingen bevatten die voorkomen dat Israël ze toepast op de illegale nederzettingen.

  • Tot op heden ontbreken die garanties, zo worden er door Israëls defectieve toepassing van het Associatieakkoord nog steeds nederzettingsproducten volgens preferentieel tarief in de Europese lidstaten ingevoerd. Zelfs de nieuwe nota aan invoerders zal dit niet verhelpen, de enige oplossing is dat de EU het technisch akkoord herziet en Israël verplicht om bij de uitvoer zelf een onderscheid te maken tussen goederen uit Israël zelf en nederzettingenproducten.

  • De EU sprak zich in mei 2012 uit voor de correcte etikettering van nederzettingsproducten. De Belgische Regering moet hier ook op toezien en richtlijnen uitvaardigen zodat nederzettingsproducten correct geëtiketteerd zijn. Conform de wetgeving, is de consument dan op de hoogte van de oorsprong van de producten.

  • De EU en haar lidstaten moeten garanderen dat bedrijven die actief zijn in de nederzettingen niet in aanmerking komen voor openbare aanbestedingen. Europese instellingen, regeringen en agentschappen moeten specifiëren dat bedrijven die actief zijn in nederzettingen worden uitgesloten uit publieke contracten.

  • België moet richtlijnen opstellen voor nationale touroperators, zodat zij op de hoogte zijn van de illegaliteit van de nederzettingen en niet samenwerken met toeristische bedrijven in de nederzettingen.

  • De regering moet financiële transacties van burgers, organisaties en bedrijven met de nederzettingen voorkomen. Organisaties die actief zijn in nederzettingen mogen niet genieten van belastingvoordelen.

  • De regering moet burgers adviseren om geen onroerend goed in de nederzettingen te kopen, omdat ze illegaal zijn en de juridische status van eigendommen in de nederzettingen onzeker is.

F. Mensen en middelen?

Organisaties zullen naar een engagement gepeild worden vanuit volgende taakverdeling:

  • secretariaatsondersteuning door de twee koepels (ICT, logistiek, gemeenschappelijke standpuntbepaling, communicatie, beperkte ondersteuning vanuit campagne);

  • inhoudelijke input vanuit de gespecialiseerde leden (analyse, voorstellen voor standpunten en demarches);

  • actieve deelname georganiseerd vanuit de leden (via eigen informatie- en communicatiekanalen).

Opvolging van actualiteit en initiatieven vanuit het ACW

Dialoog & respect voor het internationaal recht

Het ACW is in de voorbije weken meermaals bevraagd – zowel door externe maar eveneens door interne partners (MOC) - naar haar engagement betreffende het Israëlisch-Palestijn conflict. De actualiteit van de regio heeft aan ACW de kans geboden om haar inhoudelijke benadering op scherp te zetten.
Het is daarbij duidelijk dat ACW, in samenwerking met haar strategische partners Pax Christi Vlaanderen & Broederlijk Delen, opteert voor:

  • onderhandelende oplossingen via dialoog;

  • het respect voor het Internationaal recht.

In die optiek heeft het ACW ook een bijdrage geleverd om de Belgische Regering ervan te overtuigen zich positief uit te spreken ten overstaan van een opgewaardeerd VN-statuut voor Palestina en zijn we dan ook uitermate verheugd met de constructieve houding van de Belgische Regering ter zake. In de nabije toekomst blijven we ook vanuit deze invalshoeken het conflict benaderen. Zij vormen ook de blauwdruk om initiatieven vandaag en morgen vanuit de Vredesbeweging te ondersteunen.

Middenveldinitiatieven: engagementen vanuit ACW

Hoe dan ook merken we op vandaag de dag dat een duurzame oplossing moeilijk tot stand zal komen zo lang er geen eind komt aan de bezettings- en nederzettingenpolitiek, die erop gericht lijkt een tweestatenoplossing te bemoeilijken. Zonder hier een voortrekkersrol te moeten opnemen (weggelegd voor de Noord-Zuid-Koepel), moet het ACW wel bepalen in welke mate het zich in het voorjaar van 2013 wenst te engageren in nakende campagnes (cf. 4.1. en 4.2). Deze hebben als doel de nederzettingpolitiek aan de kaak te stellen en meer bewustwording ter zake tot stand te brengen. Ten overstaan van de campagnes van respectievelijk 11.11.11 en Intal en de gehanteerde inhoudelijke invalshoeken (cf. 2 en 3) heeft de bestuurlijke bespreking tot doel:

  • het Bestuur inlichten over deze nakende campagnes omdat de initiatiefnemers vroeg of laat bij de beweging of haar deeltakken kunnen aankloppen om te peilen naar een mogelijk engagement;

  • de principes van dialoog en internationaal recht te bekrachtigen opdat deze als uitgangspunt kunnen dienen voor de opvolging van het conflict op lange en middenlange termijn.

 

Contact opnemen

  • beweging.net - algemeen secretariaat
    Postbus 20 - 1031 Brussel
    tel. 02 246 31 11
    e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Wegbeschrijving