Blij dat ik belastingen betaal
Een boodschap die haaks staat op wat gemeenten vandaag horen. En toch willen we dat er over deze boodschap wordt nagedacht. Daarom organiseren verschillende ACW-verbonden een discussieronde over de gemeentelijke belastingen.Naar aanleiding van de komende gemeenteraadsverkiezingen worden een aantal thema’s voor het voetlicht geplaatst. VOKA, UNIZO en de VLD spreken over de gemeentelijke belastingen voor bedrijven enkel nog als ‘pestbelastingen’. Ook de sp.a spreekt over ‘pestbelastingen’ als ze het hebben over een aantal gemeentelijke belastingen zoals de afvalbelasting die gezinnen in sommige gemeenten moeten betalen. UNIZO en VOKA bezoeken elk gemeentebestuur met hun voorstellen rond het afschaffen van zogenaamde bedrijfsonvriendelijke belastingen. Minister Keulen heeft het in het Vlaams regeerakkoord gedaan gekregen dat er 100 miljoen euro klaar staat indien de gemeenten ingaan op het afschaffen van bedrijfsonvriendelijke belastingen.
Wie betaalt de 100 miljoen?
Het ACW heeft het moeilijk met deze discussie. We weten immers dat iedere keer er over afschaffen van belastingen wordt gesproken, de grootsprekers ook de bedoeling hebben om een nieuw kerntakendebat te voeren. Niet met de bedoeling om meer te doen maar juist om minder beleid te voeren. We weten ook dat deze grootsprekers belastingen graag afwentelen op diegenen die arbeiden. Want, wie of wat financiert bijv. die 100 miljoen? De 100 miljoen wordt betaald door elke belastingplichtige via zijn personenbelasting. Het ACW heeft het ook moeilijk met het zomaar afschaffen van gemeentelijke belastingen. Wie de 105 gemeentelijke belastingen overloopt, zal al vlug merken dat gemeentelijke belastingen meestal tegenover een bepaalde dienst staan.
Een marktkramer betaalt een marktrecht maar daar tegenover staat een onderhouden markt, vrijgemaakte straten, extra animatie die de gemeente organiseert, ... En zo kunnen we tientallen voorbeelden aanhalen. Gemeentelijke belastingen verbinden de belastingplichtige met de dienstverlening van de gemeente. Wil dit zeggen dat er niets mag veranderen. Nee, ook wij zijn niet blind voor een aantal oubollige en niet terzake doende belastingen. Een gemeentelijke belasting op tewerkgesteld personeel is ook voor ons uit de tijd. Maar deze afschaffen zonder een andere in de plaats te stellen, kan ook niet voor ons.
Opcentiemen personenbelasting
Het ACW stelt daarom een soort ruil voor. We pleiten voor een opcentiem op de vennootschapsbelasting. Veel zelfstandigen en alle bedrijven zijn een vorm van vennootschap. Vennootschappen ontsnappen aan heel wat gemeentelijke belastingen (o.a. de opcentiem op de personenbelasting). Voor vennootschappen is de Vlaamse vennootschapsbelasting een winstverhaal. De ‘vervennootschappelijking’ van zelfstandigen is bijgevolg een verliespost voor de gemeenten. Door het invoeren van een opcentiem zorgen we ervoor dat iedereen, ook de bedrijven en de zelfstandigen, een bijdrage levert aan de gemeente. Pas als deze is ingevoerd, kan voor ons gelijktijdig een aantal gemeentelijke bedrijfsbelastingen afgeschaft worden. Een opcentiem is een eenvoudige belasting. Deze wordt immers bijgeteld bij een federale (personenbelasting en onroerende voorheffing) of Vlaamse belasting. Voor de belastingsbetaler betekent dit geen bijkomende papierwinkel. Ook voor de gemeenten is dit een vereenvoudiging. Kortom, een opcentiem op de vennootschapsbelasting is volgens ons een goed instrument aarrond iedereen zich zou kunnen scharen. Dit en nog twee andere voorstellen, één rond de regelmatige herziening van het kadastraal inkomen en een ander rond het belang van gemeentelijke belastingen, worden ter discussie voorgelegd. Bedoeling is dat tegen Rerum Novarum het ACW een eigen standpunt heeft.
Maar even belangrijk is dat er in elke gemeente, naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen, nagedacht wordt over de gemeentelijke belastingen en het belang van deze belastingen voor het realiseren van het gemeentelijke beleid. Iedereen is akkoord met de slagzin “koken kost geld”. Maar velen zien het liefst anderen betalen. Een goed gemeentelijk beleid heeft geld nodig. En voor ons moet iedereen daaraan bijdragen, ook de bedrijven.
Koken kost geld
“Koken kost geld”. Een goed gemeentelijk beleid vraagt middelen. Voor het ACW betekent dit dat er voldoende middelen moeten zijn. En dat iedereen daaraan bijdraagt. Dit is voor ons de kern van discussie die de komende weken en maanden zal gevoerd worden.