kies regio:

Panamapapers, de Luxemburgse link en de kracht van sancties

“Bankgeheim eindelijk afgeschaft!”, “Nergens nog veilig voor zwart geld!”, “Mazen sluiten rond net fraudeurs”. De kans is groot dat u één van die koppen in 2015 hebt zien passeren, of het nu uit de mond van een bankier, een progressief europarlementslid, of de weledele instituties van de G20 of de OESO.

GMG PanamaPapers2

De Franse econoom Thomas Piketty zette velen weer met de voetjes op de grond met de bijtende repliek: “De OESO kondigt al 20 jaar het einde van het bankgeheim aan.” Heeft hij gelijk? Worden de trends naar transparantie overschat? Kondigt 2016 zich beter aan? Haalt de OESO dit jaar wel zijn gelijk? Piketty’s pupil, Gabriel Zucman, schreef ongeveer alle antwoorden op uw vragen neer in het boek The Hidden Wealth of Nations.

Het zijn – in tegenstelling met de leermeesters monumentale Capital – maar een compacte 116 bladzijden, maar zijn verhaal leest als een thriller en is bijzonder goed onderbouwd. Zucman is er in geslaagd in een beperkt aantal pagina’s met veel bravoure en intellectuele durf de vele internationale ontwijkingsmechanismes te ontmaskeren.

Tegelijk is het een ferm j’accuse aan een aantal belastingsparadijzen zoals Zwitserland, Maagdeneilanden en Luxemburg – eigenlijk meer free riders dan paradijzen. Het probleem met Zwitserland is dat het al meer dan honderd jaar privékapitaal aantrekt zonder – tot voor kort - ook maar iets van informatie door te geven aan andere landen. Zo kan een overheid een essentiële taak, zoals belastingen heffen, op een bepaalde, geprivilegieerde groep van zijn bewoners niet uitoefenen. Dankzij een aantal internationale commissies hebben we intussen een idee van hoeveel dat privékapitaal juist inhoudt. Zwitserland had zo op haar eentje in de lente van 2015, voor 2,3 biljoen dollar (!) vreemd vermogen. Zucman constateert in de details dat alleen al de Europeanen 1300 miljard dollar op Zwitserse rekeningen staan hebben, waarvan de Belgen een ruwe 70 miljard, de Grieken zelfs 80 miljard. Duitsland wordt in feite het meest gepluimd met 260 miljard.

Van de in totaal 2,3 biljoen staat ‘slechts’ 250 miljard op een klassieke rekening. Zoals Zucman terecht aangeeft, heeft het in die zin relatief weinig belang dat de Zwitserse banken nu verplicht worden om informatie door te geven over de rekening van hun klanten. Zo raak je natuurlijk een aantal erg rijke mensen, maar de superrijken kunnen lustig verder doen. Want het hallucinante is dat sinds de aankondiging van ‘het einde van het bankgeheim’ door de G20 in 2009 dat vreemd vermogen aangezwollen was met 18%! Europa, zegt Zucman, is de rijkste regio van de wereld, het totale privévermogen is hier tien keer groter dan in Rusland of Afrika, terwijl we ons te pletter besparen!

 

Offshore Zucman

Dat komt omdat Zwitserland niet alleen staat in het faciliteren van ontwijking. Luxemburg, de Bahama’s en de Maagdeneilanden zijn nuttige bondgenoten in het masseren van de superrijken en het verblinden van controleurs. Wie aandelen van een buitenlands bedrijf, stel bv. Google, heeft recht op dividenden . Als het een gewone Amerikaan is die dat aangeeft bij de fiscus, dan betaalt hij daar belastingen op. Als het een Amerikaan is met een rekening in Zwitersland en een consultingbedrijf op de Bahama’s en postbus in Luxemburg, dan ontloopt hij die belastingen via de dubbelbelastingsverdragen tussen Luxemburg en de VS.

Schone schijn

Schijnbedrijven kopen via zogenaamde Zwitserse rekeningen in aandelenfondsen via Luxemburg en Ierland en kunnen zo goed als kostenloos winsten opstrijken, zonder dat ook maar één belastingsautoriteit tussenkomt. Hoe moeilijk is dat? In 2012 probeerden vier onderzoekers wereldwijd via 3700 agentschappen om anonieme bedrijven op te richten, zonder ook maar enige vorm van identiteit voor te leggen; in een kwart van de gevallen lukte dat. Zo’n schijnbedrijf kun je in een paar uur en voor een paar honderd dollar oprichten. Maar omdat de aandelen wel in ‘vreemd’ bezit zijn, tonen ze eigenlijk een soort negatief, een spiegelbeeld van het (reële) vermogen. Het zijn passiva in de balansen van de landen waar het bedrijf op de beurs is. Zo zijn meer financiële stocks geregistreerd als passiva, dan activa, wat technisch gezien niet zou kunnen maar het wijst op een ‘gat’ in de globale rekening.

Als er in de wereld 95 biljoen financieel vermogen is, dan staat 87 biljoen daarvan on shore: geregistreerd. Zeven komma zes biljoen staat bij fiscale paradijzen, waarvan de genoemde 2,3 in Zwitserland en 5,3 bij andere zoals Singapore, Kaaimaneilanden, etc. Het is dan nog een minimale inschatting, gezien vastgoed, juwelen, kunst (het nieuwe speeltje van de superrijken) niet meegeteld wordt. Van die 7,6 biljoen wordt 1,5 biljoen wél aangegeven en de rest niet. Zucman schat dat de overheden wereldwijd zo 200 miljard aan belastingen missen.

Maar hoe zit het dan met dat ‘net’ dat al jaren aangespannen wordt tegen belastingsontwijking? Eerst werkte men met aangifte op aanvraag: een land kon via een belastingsverdrag met een fiscaal paradijs vragen stellen bij een verdacht vehikel. Het moest die verdachtmakingen wel hard maken. Het gevolg was dat de superrijken hun filialen en middelen doorsluisden naar minder coöperatieve fiscale paradijzen: Jersey verloor zo 4% van de offshore bankrekeningen en Singapore won 4%. Degene die er het meest de kantjes van af loopt, wint zo het meest door niét mee te werken.

Sancties werken

De VS maakte al indruk met haar FATCA-wet: buitenlandse banken die rekeningen hadden van Amerikaanse belastingsbetalers moesten dat doorgeven aan de fiscus of riskeerden de economische sanctie van 30% belasting op alle dividenden en interesten die aan hen betaald werden. Nu bougeerde er wel al heel wat: Zwitserland, Luxemburg en Singapore willen FATCA volgen, al doen Libanon en Uruguay dat niet. Er blijven altijd gaten in het systeem. Europa wou met zijn Spaarrichtlijn ook een serieuze stap vooruit zetten – een intra-Europese uitwisseling van alle rekeningen met naam, nationaliteit en registratie van middelen waarna de landen elkaar de verschuldigde middelen kunnen doorstorten. Het probleem is dat Luxemburg en Oostenrijk – echte vermogensmanagers – een uitzonderingspositie kregen zelf mogen beslissen wat ze taxeren en wat niet. Daarenboven geldt de richtlijn enkel voor particulieren, en niet voor fondsen, stichtingen of andere vehikels. Bovendien telt ze alleen voor interesten en niet voor dividenden, waardoor je maar een miniem deel (één tiende) van de ontwijking treft.

Het is zonneklaar dat de Europese financiële lobby’s hier de juiste mazen hebben laten openstaan (of er voor gelobbyd) zodat er iedereen met middelen er op zijn eigen manier kon doorzwemmen, zonder ook maar een beetje schrik dat het net zou sluiten. Het effect is navenant: Zucman constateert dat na de invoering van de Spaarrichtlijn, 10% meer Europeanen een stichting of vehikel hebben opgericht om hun vermogen in te verbergen. Mocht je alle interesten en dividenden van Europese burgers, opgebracht in Zwitserland, belasten aan 35% zou je aan 20 miljard euro opbrengst zitten. Per jaar. Ter vergelijking: de Europese landen hebben nu alle moeite van de wereld om 15 miljard euro bij een te zamelen, die als hefboom moet dienen om de 300 miljard van het Juncker-plan te halen. Met de bovenstaande belasting, kun je al elk jaar zo’n project financieren.

Wat kunnen we daar nu wél tegen doen? Zucman gaat – en dat siert hem – er niet met handschoentjes tegen aan. De belastingsparadijzen zijn te lang slap aangepakt en er is te veel met ‘asjeblief’ gewerkt. Tegenover landen als Zwitserland – die in feite een onfair concurrentieel voordeel bieden aan het privékapitaal – stelt hij simpelweg een handelsoorlog voor. Een belasting van alle export uit Zwitserland door een coherente groep van buurlanden met 30% totdat de Zwitserse banken vrij uit spreken en informatie geven over het vermogen dat vanuit hun land beheerd wordt. Het werkte met Monaco, zegt Zucman, waarom zou een collectief van Europese landen dat niet kunnen? Zelfs het WTO vindt zo’n acties gerechtvaardigd als het voor een level playing field zorgt. Hetzelfde geldt voor Hong Kong en Singapore, als je naar een meer internationale coalitie gaat? Welke internationale leider van een land wil niét de belastingsparadijzen aanpakken? Hij zal het goed moeten kunnen verkopen in de media.

Voor Luxemburg is Zucman zo mogelijk nog harder. Hij zegt dat het eigenlijk geen land meer is maar een soort commercieel platform dat haar soevereiniteit verkoopt aan wie het beste biedt: “Everything is bought, everything is negotiable.” En de oplossing is dan ook simpel. Luxemburg moet kiezen: ofwel blijft het binnen de Europese Unie en werkt het volledig mee aan met het buitenland om fraude tegen te houden en fiscale optimalisatie compleet te beperken. (In Luxemburg kun je hybride middelen kopen, die er uitzien als aandelen voor de controle-organen en staatsbonnen voor belastingscontroleurs.) Of wel zet het zich buiten de Europese Unie en kan dezelfde techniek als voor Zwitserland toegepast worden.

Zucman voegt er terecht aan toe dat het merendeel van de Luxemburgers en Zwitsers niets heeft aan hun financieel waterhoofdig systeem, behalve dat de ongelijkheid in Luxemburg gestegen is en dat ophoping van dat kransje superrijken in Zwitserland er voor zorgt dat je in Genève veertig euro betaalt voor een pizza en een drankje. Dat soort dreigementen kan hard klinken maar het is goed dat iemand het eens no nonsense zegt: waarom tolereren we dat landen die op een steenworp van ons liggen zomaar de ene na de andere belastingstruc uitvinden om zoveel mogelijk belastingen te ontwijken? Waarom faciliteert men de gunsten voor de weinigen, ten nadele van de velen?

De laatste suggestie die Zucman doet is de meest ambitieuze: een globaal, financieel register. Het klinkt utopisch, maar dat is het niet. In feite bestaan er al heel veel verschillende registers, die opgeteld al een aardig representatief beeld geven. De Depository Trust Company houdt alle effecten bij die Amerikaanse bedrijven ooit uitgegeven hebben en elke bank heeft een rekening bij de DTC. Natuurlijk zijn er Amerikaanse bedrijven die ook effecten uitbrengen in euro’s of ponden, maar die worden dan geregistreerd bij Euroclear (de Belgische connectie!) of Clearstream (Luxemburg). Zucman stelt gewoon voor de data van die drie bedrijven te fusioneren, samen met de informatie die de nationale banken (om de overheidsbonnen bij te houden) en de belastingsdiensten hebben. Wie zou die gegevens dan moeten overzien? Het IMF suggereert Zucman, al is dat misschien een tikkeltje naïef. Zeker gezien de schuivende verhouding tussen west en oost en noord en zuid.

Veiligheid als koevoet

Het is niet helemaal duidelijk hoe je privébedrijven zult kunnen overtuigen om die fusie van data aan te gaan. Al zijn er overvloedig veel argumenten die we kunnen bovenhalen, sommige zullen misschien meer effect hebben dan sociale en fiscale rechtvaardigheid. Denk bijvoorbeeld aan de financiële stabiliteit: landen als Ierland, Cyprus, Luxemburg zijn potentiële systeemverstoorders en brengen de financiële stabiliteit in het gevaar door hun verhullende activiteiten. Hoeveel crisissen willen we nog? Ten tweede, krijgt u van allerlei liberale excellenties het te horen: de overheid moet een open data beleid voeren. Omdat het jobs en innovatie kan teweeg brengen. Maar wat met de open data van bedrijven? Waarom zou enkel de overheid zijn data moeten ter beschikking stellen? Waarom zouden financiële regelaars zoals de bovengenoemde bedrijven dat niet moeten doen?

Ten derde, is de mogelijkheid van het opzetten van anonieme bedrijven en kosteloos doorschuiven van winsten natuurlijk een cadeau voor malafide groepen, van de maffia tot terroristen. Is dat vergezocht? Helemaal niet. HSBC helpte het geld wit wassen van het Mexicaanse Sinaloa drugskartel, verantwoordelijk voor meer dan tienduizenden doden in Mexico de laatste tien jaar. En versluisde geld voor organisaties gelinkt met Al Qaida, en louche landen zoals Soedan en Noord-Korea. Dit zal misschien de sterkste koevoet zijn – zeker in deze turbulente tijden. Zucman’s werk is sowieso een mijlpaal. Als Nietzsche de filosoof met de hamer is, dan zijn Zucman en Piketty economen met een koevoet. Ze reiken concrete handvaten aan hoe we fiscale rechtvaardigheid op een coherente en stringente manier kunnen afdwingen. Het zijn gewaagde maar absoluut doenbare pistes. Het zal dappere leiders vergen, maar dat het mogelijk is, is meer dan ooit duidelijk.

  Deze website werd mede mogelijk gemaakt door
Belfius BankVDK SpaarbankDVV Verzekeringen

×
Schrijf je in op onze nieuwsbrief